dinsdag 8 juli 2008

Wil het echte werk van God opstaan?

In mijn jeugd had je het programma ‘Wie van de drie?’ Een panel van BN’ers moest dan proberen te raden welke van de drie mensen de echte vader of moeder van een andere BN’er was. Als kind probeerden we mee te raden en door te zoeken naar clues te ontdekken wie de echte vader of moeder was. Het programma eindigde altijd met de vraag: “Wil de echte vader of moeder opstaan?”

De laatste tijd krijg ik het gevoel dat we met zijn allen dit spelletje ook in de kerk proberen te spelen. Deze keer niet over de echte vader of moeder, maar over het echte werk van God.
 
Gisteren stemde bijvoorbeeld de synode van de Anglicaanse kerk in Engeland onder leiding van de aartsbisschop Rowan Williams dat vrouwen voortaan ook tot bisschop benoemd mogen worden. Dit tot grote onvrede van een groep van duizend conservatieve en evangelische priesters die deze zet onbijbels vinden en er over nadenken om hun eigen kerk binnen de Anglicaanse kerk te starten. Beiden claimen namens God te handelen, maar welke van deze twee groepen vertegenwoordigt het werk van God?

De afgelopen weken lees ik tegenstrijdige berichten op internet over het werk van Todd Bentley in Lakeland. (Grappig trouwens dat als je geen internet zou hebben, dit helemaal aan je voorbij zou gaan... Misschien geen slechte zaak!) Ik hoor geruchten over opwekking, genezing en de kracht van God. Ik hoor geruchten over misleiding, onbijbelse praktijken en onderwijs en de kracht van de boze. Met schreeuwerige kreten wordt mij verteld dat dit het werk van God is. Met anonieme mails wordt mij verteld dat dit het werk van de boze is.

Ook hier is het moeilijk een juiste keuze te maken. Wat ik zie op you-tube stelt mij niet gerust - verre van dat, maar moet ik over alles een mening hebben?

Niet alleen in Lakeland of de Anglicaanse kerk in Engeland, maar ook in Nederland wordt mij regelmatig verteld dat iets of hij of zij het werk van God doet of vertegenwoordigt. Vooral in de grotere kerken, bijeenkomsten en ‘beroemde’ leiders lijkt dit werk van God veelvuldig plaats te vinden. 

Soms vind ik het raar dat God in onze tijd altijd alleen maar met kracht in grote ontmoetingen door bekende en beroemde leiders lijkt te komen. Terwijl de God in de bijbel voortdurend in de marges lijkt te werken, waar niemand Hem ziet behalve degenen die er vlak bij staan. Maar misschien is God van strategie veranderd...

Soms krab ik me achter de oren als ik deze krachtige door God gezalfde leiders hoor spreken over de financiële rijkdom die God aan hen en door hen ook aan ons wil geven. (Vooral als wij ons geld aan hen gaan geven) In het Nieuwe Testament zie ik God voornamelijk werken door arme leiders die in afhankelijkheid van God geen geld, portemonnee of extra kleding mochten meenemen op hun bedieningsreizen. Nu lijkt God alleen maar te willen werken door mensen die zelfs voor onze Nederlandse standaard erg rijk zijn en soms een eigen vliegtuig nodig hebben voor hun bedieningsreizen. Maar ja, wie doorgrondt Gods plan...

Soms bekruipt mij het gevoel dat ik mij bijna schuldig moet gaan voelen als ik geen bezoeker of consument van deze geweldige krachtige ontmoetingen wil worden. Alsof ik dan geen deel heb aan die rijke zegen...

Soms bemerk ik geen verbazing in mijzelf als een bepaalde tijd later de desbetreffende krachtige persoon toch maar gewoon een mens blijkt te zijn met zijn of haar eigenaardigheden, valkuilen en onzekerheden...

Soms vraag ik me af of ik na 20 jaar heel bewust rondgekeken te hebben in de evangelische en charismatische wereld ik op mijn 36ste niet oud, cynisch en een beetje bitter aan het worden ben. Misschien heb ik teveel mooie verhalen gehoord en teveel verbroken werkelijkheid gezien...

Soms kan ik genieten van het werk van God in bijvoorbeeld een onbekende kinderclub in Den Haag waar christenen hun leven investeren in de levens van moslimkinderen die hier over Jezus en het goede evangelie horen. Ik kan genieten van jongerenwerkers in Rotterdam die door hun liefde en tijd Gods liefde investeren in Antilliaanse jongeren. Ik geniet van de passie waarmee christenen op bezoek gaan in de gevangenis of bij asielzoekers. Ik geniet van het werk van st. Present die een huis van een alleenstaande moeder in de bijstand opknappen zodat er geen schimme lplekken meer op de muur te zien zijn en alles weer fris en schoon is. Ik geniet van een warm huis voor zwervers, waar zwervers als waardevolle mensen liefdevol ontvangen worden en Jezus leren kennen...

Ik geniet van het stille trouwe werk in gebed, in dienstbetoon, in praktische zorg en in verkondiging waaraan God Zijn kracht en werk verleent. Als ik goed kijk, zie ik God aan het werk in de plekken die nooit in de Visie, de Uitdaging, Charisma, You-tube, GOD-TV of wat voor ander medium zullen komen. Hier kan ik zeker van zijn dat dit Gods werk is:

Niemand die er rijk van wordt.
Niemand die er beroemd van wordt.
Niemand die hier komt om te consumeren en mee te snoepen van Gods werk.
Niemand die het ziet, behalve Hij voor wie ze het vol liefde en trouw doen.
Zegen hen, Heer...

maandag 17 maart 2008

Vijf torens in het landschap

Toren_2In mijn werk heb ik een aantal jaar veel te maken gehad met Antilliaanse jongeren. Veel Antilliaanse jongeren voelen zich onveilig. Om zich veilig te voelen en te overleven, creëren ze overlevingstechnieken. Je kunt deze overlevingstechnieken zien als een sterke toren waarin zij zich kunnen verbergen. Veel van het gedrag wat wij op straat of in een tram van Antilliaanse jongeren zien, is ‘torengedrag’. Pas bij een vertrouwensrelatie en relationeel leiderschap durft een dergelijk jongere uit zijn/haar toren te stappen.

Ik heb hier voor mezelf een onderzoekje in gedaan omdat juist bij hen deze torens zo uitvergroot in hun levens aanwezig zijn. Ik kwam tot de ontdekking dat er vijf verschillende torens onder Antilliaanse jongeren bestaan. Je kunt deze torens vergelijken met vierkante torens waarvan de muren bestaan uit stenen van timide zijn, dominantie of clownsgedrag. De meeste torens die ze bouwen, bestaan uit twee of meerdere van deze aspecten.

De vijf torens, waar ik de komende posts uitgebreid naar wil kijken, zijn:

- de camouflage toren
- het ‘stergedrag’ toren
- de aggressieve toren
- de clowns toren
- de neutrale toren

Zoals ik al schreef, kan je deze torens uitvergroot zien in de levens van Antilliaanse jongeren, maar eigenlijk in het leven van menige kantine in een middelbare school. Toch zijn het niet slechts Antillianen of tieners die ’s morgens als ze hun veilige thuissituatie verlaten (als ze die al hebben) in deze torens kruipen. We doen het allemaal en verstoppen onze schaduws in deze torens. Totdat Jezus langskomt en ons uit onze toren lokt, ons uitdaagt, in onze toren komt, onze toren afbreekt en zelfs soms opblaast. Maar daarover later veel meer...

vrijdag 14 maart 2008

Durf te ontdekken

Walking_on_shadows_2_b Mijn schaduwkant bepaalt mede voor een groot gedeelte mijn drijf, mijn motivatie, mijn acties en mijn grenzen. Het vormt een gedeelte van wie ik ben en van mijn missionair werker zijn.

Ik ben van mening dat wij onze schaduwkanten moeten leren kennen en de duisternis van deze schaduw moeten durven bekijken. En dan...

Ik denk niet dat je ooit van je schaduw af kunt komen, maar ik geloof wel dat je samen met de Vader een proces kunt ingaan om deze schaduw steeds meer te onderwerpen aan God.

De komende weken wil ik nog even doorgaan met deze serie. Mocht je dit niet boeien, zijn er gelukkig genoeg goede blogs en kom je over een paar weken weer terug. Dat mag!

Er borrelt van alles in mij op dit gebied. Ik wil de komende tijd uitgebreid stil staan in deze posts bij de reddersdriehoek en winnaarsdriehoek (voor de SPH’ers wel bekend), bij de Transactionele Analyse - omdat je als christen die God wilt dienen hier heel veel van kan leren. Maar eerst eens een paar posts over Jezus en de Torens.

dinsdag 11 maart 2008

Ver(der) over grenzen

Hoe ga je om met grenzen als gemeentestichter of missionair werker? Mag je rekening houden met je grenzen of moet je keer op keer in het neerleggen van je leven over de grenzen gaan? Goede reacties:

FenceJohan ter Beek:

"Goede vraag. We hebben het hier een jaar geleden ook over gehad met onze kring. Grenzen aangeven is belangrijk... dat zegt de moderne psychologie ons...

Maar ik probeer me voor te stellen wat er van deze planeet komt als Jezus zijn grenzen aangegeven zou hebben...
Laatst las ik over Antiochie, de op drie na grootste stad van het Romeinse rijk. Een stad vol onrecht, geweld, ziekten, armoede en enorme  toestanden in "huizen". De bevolkingsdichtheid veel hoger per m2 dan manhattan (en dan hebben die nog wolkenkrabbers...)

De Christenen waren daar gastvrij, gingen de ziektes niet uit de weg, waren zo voorbeeldig dat ze naar hun leider werden vernoemd. Ik vraag me af wat "grenzen stellen" daar zou beteken?

Conclusie: grenzen stellen is iets voor moderne, rijke westerse mensen..."

Daniel de Wolf:

"Hier ben ik het niet helemaal mee eens Johan! Het is onmogelijk grenzeloos te zijn, we zijn God niet. Onze grenzen, sprekend over ons team van TC, zijn de afgelopen jaren redelijk opgerekt kan ik wel zeggen. Maar daar kleven gevaren aan, voor je eigen gezondheid, je gezin, je relaties. We hebben ze herontdekt en zijn daar nog steeds mee bezig. Het is steeds opnieuw weer keuzes maken. Doe je dat niet, dan kan die tweede mijl wel eens een mijl te ver worden."

Peter Jansen:

"Daniel, wat zijn dan de criteria die je hanteert bij de keuzes die je maakt?"

maandag 10 maart 2008

Een grens oversteken is niet zonder risico

HistdroomWat zou er gebeuren als deze twee mensen in dit plaatje over de grens gaan?

Ze lopen dan het risico om neergeschoten te worden, zware verwondingen op te lopen aan hun klimpartij in het prikkeldraad of hun kleding te scheuren aan deze scherpe mensen. Misschien ligt er wel een mijnenveld aan de andere kant van de grens en lopen ze het risico om te ontploffen!

Over de grens heen gaan, is niet zonder risico of gevaar. Toch weet ik dat veel gemeentestichters en missionaire werkers, waaronder ik zelf het moeilijk vinden om onze grenzen aan te geven. Juist omdat we werken in onbegrensd gebied met onbegrensde mensen, lijkt het zonde om in dit ruime landschap prikkeldraad neer te zetten. Net zoals boeren in de VS protesteerden tegen prikkeldraad op hun land in de 19de eeuw, zo worstelen wij ook met de begrenzing in ons leven. Wanneer heb je genoeg uren gedraaid in een dag of een week? Wanneer zeg je ‘nee’ tegen iemand die je iets vraagt? Met grote regelmaat gaan wij over onze eigen grenzen om een ander te helpen.

“Ja, maar we moeten ook bereid zijn om die tweede mijl te gaan, de andere wang toe te keren, de deur open te doen en brood te geven als de buurman ‘s nachts op onze deur klopt, je naaste liefhebben als jezelf, jezelf minder achter dan de ander.”

Kan je als christen kosteloos keer op keer over je eigen grenzen gaan? Soms denk ik weleens dat we een grotere motor dan remmen hebben. Onze drijf drijft ons wel om door te gaan, maar kunnen onze remmen ons op tijd doen stoppen, of rijden wij ons kapot op de muur van de tweede mijl?

Wie bepaalt je grenzen? Wanneer is genoeg genoeg?   

vrijdag 7 maart 2008

Het is niet altijd goud wat er blinkt.

Gold Grappig! Deze serie begon met het verhaal waar het goud vanaf blonk en nu blijkt in mijn eigen leven dat het niet altijd goud is wat er blinkt.

Wat motiveert iemand in zijn verlangen om God te dienen en werkzaam te zijn als missionair werker? Is dit slechts de liefde van Christus?

Ik ben hier voor mezelf in gaan wroeten. Wie ik ben en wat mij motiveert, bepaalt hoe ik in mijn werk sta. Ik ben mijn eigen instrument. Eigenlijk geldt dit voor elke geestelijk werker. Het instrument dat we meenemen in ons werk, zijn we zelf. Wat gebeurt er als er roestplekken of springveertjes in dit instrument zitten waarvan ik niet bewust ben, maar die mijn functioneren op een negatieve manier beinvloeden? Tijd voor reflectie dus!

Verbazingwekkend waardoor een mens gedreven kan worden:
- mijn beeld van God (juist of onjuist) heeft een grote invloed op mijn motivatie, denkwijze en handelswijze
- mijn verlangen om mensen te behagen, zorgt ervoor dat ik mijn grenzen niet zo nauw neem
- mijn waarde die ik haal uit wat anderen over mij denken, beinvloed mijn daden
Ik kan zo nog wel even doorgaan. Dit is misschien maar het topje van de ijsberg. Maar ik zit niet in een biechtstoel of bij de psycholoog. Waarom schrijf ik dit dan toch op?

Ik ben gelukkig niet de enige die door andere motivaties gedreven wordt, maar... we vinden het alleen zo moeilijk om over onze schaduw te spreken en onze schaduw te laten zien. Het liefst houden we deze schaduw verborgen in een zak. Of heb je daar geen last van?

(wordt vervolgd)

woensdag 5 maart 2008

Liefde van Christus dwingt mij?

In mijn vorige posts schreef ik over de invloed van ons beeld van God op onze functioneren, maar eigenlijk op ons wezen als mens. Hoe is dit beeld van God in mij gevormd? Wat vormt het nog steeds?

Welke rol speelt je opvoeding en geschiedenis en iemands relatie met zijn/haar vader in de vorming van dit beeld van God? Stel je voor dat iemand een afwezige vader heeft gehad, zoals veel Antilliaanse jongeren dit kennen, loop je dan de kans om God als een afwezige vader te gaan zien? Heb je een moeder gehad voor wie het nooit goed genoeg was en die in je teleurgesteld was, neem je die projectie dan mee in je beeld van God? Waarschijnlijk zit hier een grote kans in. Fight

Met een zichtbaar werkgever kan je nog checken of je beeld van hem of haar klopt. Met een onzichtbare werkgever weet je nooit of het goed genoeg was, wanneer je klaar bent, wanneer je kunt stoppen, wanneer je teveel doet, wanneer je over je grenzen gaat, wanneer iets af is.

Je moet dit als mens zelf bepalen en zelf je eigen grenzen trekken.

Ik ben een zeer optimistisch en positief ingesteld mens  (ondanks al mijn gewroet). Ik ben vooral positief over mijzelf. De afgelopen 16 jaar dat ik een missionaire werker in dienst van God mag zijn, was ik overtuigd van mijn motivatie. Net als Paulus meende ik te kunnen zeggen dat de liefde van Christus mij dwingt om dit alles te doen. Ik dacht dat mijn motivatie enkel en alleen uit de liefde van Christus bestond. Zoals ik al zei; een zeer optimistisch beeld!

Als ridder zonder schaduw ging ik vechtend door het leven. Nu mijn schaduw opnieuw na al die jaren ontsnapt is, ben ik gaan beseffen dat ik gedreven word door een breed scala aan motivaties, die helaas niet allemaal even puur zijn. Het is niet altijd goud wat er blinkt. (wordt vervolgd)

maandag 3 maart 2008

Wie van de drie?

Matthijs, je hebt het over jouw beeld van God als werkgever. Maar is dat wel een juist beeld van God en van de relatie die Hij heeft tussen Hem en zijn kinderen? Is God je onzichtbare werkgever?

Money Jezus zegt: “Zoek eerst het koninkrijk en al het andere zal u geschonken worden.” Iemand die ervoor kiest om in alles wat hij doet het koninkrijk van God te zoeken, mag ervan uitgaan dat er voor hem gezorgd wordt. (?) Iemand die meent door God geroepen te zijn om Hem in zijn leven te dienen en geen baan hiernaast te hebben, mag ervan uitgaan dat God maandelijks zijn salaris betaalt. (?)

1. Is God een werkgever die mensen in loondienst heeft en maandelijks in hun noden voorziet?
2. Is Hij een rijke filantroop die mijn werk subsidieert zonder afspraken of eisen waar ik aan moet voldoen?
3. Is Hij een rijke vader die zijn kind maandelijks een toelage geeft zonder iets van dit kind te verwachten?

Wie weet het antwoord?

donderdag 28 februari 2008

Een raar vak

Missionair werker of gemeentestichter zijn is een raar vak. Het enige instrument waar je over beschikt, ben jezelf. Je werkgever is onzichtbaar en niet bereikbaar voor functioneringsgesprekken. Je grenzen worden niet van boven opgelegd. In veel gevallen liggen de uren die je werkt ook niet vast. Er is niemand die ‘s morgens zegt dat je moet beginnen en niemand in de middag die vertelt dat het werk nu klaar is. Je bent vaak eigen baas met je eigen drijfveren en motivatie.

Deze combinatie van factoren maakt dat het belangrijk is om als werker in dit veld in jezelf te kunnen wroeten en te reflecteren, om te begrijpen wie je bent en wat je drijft. Vandaar ook het sprookje dat ik de afgelopen twee weken verteld heb.

God Onze werkgever is onzichtbaar. Ik zou dolgraag met regelmaat een beoordelingsgesprek met Hem willen. Dit lukt echter niet. Ik kom hierin niet verder dan een projectie van wat ik denk dat Hij denkt. Zeer ingewikkeld dus en zeer afhankelijk van mijn beeld van God als werker. Mijn beeld van God bepaalt hoe ik denk dat Hij over mij denkt - volg je het nog?

- Heb ik een beeld van God die vol genade is, die goedlachs meekijkt met wat ik doe, zijn zegen hieraan geeft en alles wat ik doe mooi vind?

- Of een beeld van God die veeleisend is en mensen opzij schuift als ze niet behoorlijk functioneren, zoals dit gebeurde bij koning Saul? En ik bang ben dat God mij opzij zou schuiven?

- Een beeld van God die nooit tevreden is met wat ik doe, altijd meer van mij verwacht, altijd weet dat ik meer had kunnen geven, meer had kunnen doen, maar het nooit net helemaal goed doe?

- Een beeld van God die grillig is en mij alle kanten op kan sturen?

- Een beeld van God die Zijn mensen straft als zij ongehoorzaam zijn in het uitvoeren van zijn opdrachten, zoals de profeet die gedood werd door de leeuw omdat hij zich liet verleiden door een andere profeet of zoals Jona die drie dagen in de rottende maaginhoud van een vis dreef - je zou toch maar claustrofobisch zijn!

- Een beeld van God die Zijn handen van mij aftrekt, mij opgeeft als onbruikbaar, mij overgeeft aan mijn eigen ambities, mij mijn gang laat gaan, wel financiert maar niet meer met mij tot zijn doel wil komen?

- Of heb ik een beeld van God die zegt: “Kind, werk toch niet zo hard! Kom lekker even spelen en uitrusten. Geniet er lekker van! Geniet van mijn zegen en overvloed. Relax!”

Mijn beeld van God als werkgever bepaalt heel sterk hoe ik als missionair werker in het werk sta. Maar hoe is mijn beeld van God gevormd? (wordt vervolgd)

maandag 25 februari 2008

De man met de schaduw

Vandaag het laatste stuk van het sprookje over de jongen met zijn gouden lidteken:

Monnik_onbewerkt_2 "De abt gaat verder: “Ik zie in jou een kinderlijk verlangen en motivatie om de koning te behagen en zijn trots te verkrijgen. Dit is een goed en logisch verlangen van een zoon."

“En zie wat hij heeft gedaan!” De jongen toont zijn hand.

“Ach jongen, die klap met zijn zwaard deed hem meer verdriet dan je kunt bedenken. Hij deed dit omdat hij van je houdt. Je liep te lang rond met de pijn van je jeugd. Elke keer als iemand jou verwondde, waren daar woorden bij van: “Je bent niet goed genoeg. Je moet anders!” Maar heeft de koning iets gezegd toen hij je sloeg?”

De jongen schudt zijn hoofd.

“De wond van de koning is geen wond om je te veroordelen. Geen wond die zegt dat het anders moet, maar een wond die je helpt om volwassen te worden. De koning heeft een nieuwe wond gemaakt, waardoor je het oude moest loslaten. Niet een wond om je pijn te doen, maar om je vrij te zetten. Om je te helpen worden die je moet zijn... een man. De man met het gouden lidteken in zijn hand, die nu zijn hand kan gebruiken om goed te doen, om te dragen, om te steunen, om te worden die je bent.” De abt zwijgt.

“Maar ik ben niet meer zo sterk als vroeger. Mijn linkerhand is niet zo sterk. Ik heb een schaduw. Ik ben niet meer de sterke jongen die ik vroeger was. Ik weet alles niet meer zo zeker. Ik voel me zwak.”

“Je bent een man geworden. Een sterke man die ook getekend is door zwakheid en gebroken is geweest door een wond. Deze zwakheid heb je nodig om een echte man te kunnen zijn, want ‘kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid.” Vanuit je wond zul je beter in staat zijn om te zien waar het in dit leven omgaat. Je bent nu klaar om je plaats in de wereld van de volwassen mannen in te nemen.”

“Maar ik weet niet wat ik moet doen en hoe ik nu verder moet!”

De abt zucht en is even stil. Dan vervolgt hij: “Wat wil je graag doen?”

“Ik wil terug gaan naar de koning en hem opnieuw mijn diensten aanbieden. Deze keer niet als de jonge bijtende hond, maar als de man met de schaduw.”

De abt glimlacht. “Ik weet zeker dat hij heel blij zal zijn om je opnieuw te ontvangen.”

De man glimlacht. “Abt, ik wil je bedanken voor je wijze woorden van liefde. Ik moet nu gaan. Ik heb nog een lange reis te gaan voordat ik weer bij de koning ben.” De man kijkt nog een keer naar het gouden lidteken in zijn linkerhand, pakt zijn zwaard op en gaat op weg.

De abt kijkt hem nog lang na. Als de man bijna niet meer te zien is, loopt een jongere monnik naar de abt en vraagt hem waar hij naar kijkt. De abt antwoordt met: “Een wonder! Gisteravond kwam een jongen ons klooster binnen. Vandaag gaat een man op reis.”

Mijn foto