maandag 11 december 2006

Een vleugje zout

Zout "Jullie zijn het zout van de aarde". Vorige week vrijdag vertelde Dave een steengoed verhaal over het 'zout der aarde' en hoe daarnaar werd gekeken door de bril van 'Christendom' en hoe we nu door een post-christendom bril naar deze woorden kunnen kijken.

Zout; om te bewaren, om te doden, om te bemesten...

Lees meer "Een vleugje zout" »

woensdag 6 december 2006

Een beetje zout

DaveDave schrijft niet vaak op zijn blog, maar als hij het doet dan is het ook gelijk raak en goed! Nu ook weer! Een heel goed stuk over post-christendom. Hieronder een kort stukje uit zijn post. De gehele post kan je hier lezen:

"We met up with Matthijs last friday for another ‘Network meeting‘ of people (wanting to be) involved in missional churchplanting in Holland. We had a good evening, meeting up with people like Marc, Martijn, Gijs and others while discussing the challenges of post-Christendom.

As I’ve shared before, I believe one of the most pressing challenges of post-Christendom is that of our influence.

Post-Christendom

In these post-Christendom times (which I will write more about maybe later, for now check Stuarts excellent website) the Christian Church is losing influence rapdily. The church moves from the center of society to the margins and needs to redefine herself and her theology in a culture that sees Christianity as one option among multiple religious options (rather than seeing Christian (cultural) values as having shaped it).

Christianity is moving from a place of power, control to the margins. This does something to one’s theology (eschatology?).

I believe it becomes more and more important for the Church to re-think success and unfluence. We want to plant churches, and we want them to be successful, or ‘influential’. But we grieve the abuse of power and control of many Christendom churches."

Lees verder

woensdag 29 november 2006

Uitdaging van Postchristendom

Aanstaande vrijdag hebben we hier in Den Haag onze vierde netwerkavond. Een avond waar mensen die bezig zijn met missionair gemeente-zijn, gemeentestichting, emerging church en nieuwe vormen van kerk-zijn elkaar ontmoeten. Lekker eten en met elkaar in gesprek gaan over 'de uitdaging van postchristendom'.  Ik zie er naar uit!

Stefan_paasMisschien vraag je je af wat 'postchristendom' is! Al dat geslinger met die termen...

Stefan Paas heeft een samenvatting gemaakt van de studiedag met Stuart Murray. In het gedeelte over postchristendom schrijft hij:

Lees meer "Uitdaging van Postchristendom" »

dinsdag 7 november 2006

Bos van gevallen leiders

Gevallen_bomen_10 Opeens sta ik een donker bos vol met omgevallen bomen. "Waar ben ik en wat doe ik hier?", vraag ik me af. "Is dit nog steeds deel van de stad Christendom? Ik loop naar een bordje dat met een verroeste spijker aan een oude eik hangt. De letters zijn al bijna vervaagd, maar als ik goed mijn best doe, kan ik het nog net lezen: ''t bos van gevallen leiders'.

Wat doe ik hier?

"Als jij je als leider laat beinvloeden door de geest van Christendom, zal je vroeg of laat vallen. Dit kan een geheime val zijn die niemand ziet of een publieke val voor de ogen van velen. Ga daarom niet mee met de geest van succes, maar ga mee met de Geest en laat je door de juiste geest beinvloeden."

Er komt een rare gedachte in mijn hoofd op: "Kan ik een van deze omgevallen bomen worden of lig ik hier misschien al?"

"Grote leiders vallen en er is niemand om ze op te vangen. Er is geen verkorte weg. Jij wilt een herder voor de kudde zijn. Ik ga de hele weg met jou – geen sluiproutes. Waarom vereerd willen worden? Wil je een afgod zijn? Kijk, ze vallen! Alle hoge bomen gaan om door Mijn Wind. Ik kijk niet naar hoe groot je bent. Ik kijk naar je wortels. Ik kijk naar je vrucht. Ik ga jou leren wat het is om een herder te zijn. Een herder / geen koning – dat is heel wat anders. Laat je dromen over de superherder maar los. De ‘superherders’ bestaan niet en liggen nu te rollen. Ik ga jou een goede herder maken. Leer van Mij!"

Ik loop tussen de omgevallen bomen in dit bos. Wat zijn het er veel! Wat liggen ze er verslagen en verlamd erbij. Mijn gedachten dwalen af naar de namen en gezichten waarvan ik denk dat ze hier in het bos liggen tussen de andere dode bomen.

"Oordeel niet over deze bomen. Mensen kijken naar de buitenkant. Ik zie het hart aan. Soms moet een leider vallen om zijn hart terug te winnen. Zet ze niet aan de kant. Ik zet niemand aan de kant. Mensen zetten Mij aan de kant. Pas op, dat je niemand in je hart aan de kant zet. Je weet niet wat Ik in het leven van deze mensen aan het doen ben."

Ik ga op een van de omgevallen bomen zitten en ben een lange tijd stil...

vrijdag 27 oktober 2006

Vlinders vangen

Terug in de straten van de stad Christendom. Ik zit nog naast de blinde mevrouw:

Ineens klinkt er vrolijk gefluit door de straten. Een man met een netje en een glazen potje komt huppelend voorbij.

"Ga je mee?", vraagt hij mij.

"Waar naar toe?'

"Naar het vlinderpark, volg mij maar."

Ik moet mijn best doen om deze huppelende man bij te houden. We gaan richting het centrum van Christendom. Ineens zijn we er. Het begin van een mooi groen park in het midden van de stad.

"Dit is het! Dit is het vlinderpark!"

"Wat doe je hier dan?"

"We vangen vlinders. Er zijn er duizenden, zo voor het oprapen. Hier heb jij je eigen potje. Ik heb helaas geen netje voor je".

Uit zijn rugzak haalt de man een grote glazen jampot.

"Dit is een goede om mee te beginnen. Succes ermee!"

En weg is ie...

IVlindersk loop het park in. Inderdaad vliegen er hier duizenden vlinders. Ik zie verschillende mensen bezig met het vangen van deze vlinders in potjes. Er komt een mevrouw naar me toe.

"Hoeveel vlinders heb jij al in je potje?"

"Nog geen een... Ik ben net begonnen", antwoord ik.

"Oh, ik heb er al twintig. Goed he!"

Ik merk dat ik met mijn handen geen vlinders kan pakken, maar dat als je goed kijkt, het park ook vol met rupsen zit. Hier blijk ik wel goed in te zijn. Op de meeste gekke plaatsen vind ik rupsen die ik gemakkelijk in mijn potje kan doen. Al snel heb ik er een stuk of dertig. Ik leg wat bladeren in mijn potje en ineens lijkt de tijd te versnellen. Voor mijn ogen verpoppen ze en veranderen ze in vlinders. Nu heb ik er al een stuk of dertig!

Mensen komen naar mij toe en we vergelijken de vlinders en het aantal vlinders in onze potjes. Meer dan dertig vlinders hebben, geeft mij een goed gevoel. Ik heb succes. Iedereen die het wil weten, vertel ik dat ik al zoveel vlinders heb. Het werkt aanstekelijk. Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik er anderen over wil vertellen. Het geeft me een gevoel dat ik beter ben dan hen, dat ze naar me opkijken, dat ze mij bewonderen... Super!

Maar dan zakt mijn geluksgevoel ineens in elkaar. Ik hoor namelijk een verhaal over iemand in het park die wel drieduizend vlinders in een grote glazen kas heeft. Ik merk dat mijn blijdschap als sneeuw voor de zon verdwijnt. Ik merk een jaloersheid in me opkomen. Ik wil er ook wel drieduizend in een mooie glazen kas. Het is niet eerlijk. Hoe komt hij aan drieduizend en heb ik er maar dertig. Ik dacht dat ik zo goed was.

Dan is daar die stem opnieuw:

"Laat de vlinders gaan. Ze zijn niet van jou. Ik heb je gebruikt om rupsen te vangen, hen te verzorgen en te helpen om vlinders te worden. Nu moet jij ze laten gaan en de vrijheid geven."

Maar... het zijn mijn vlinders. Ik heb ze zelf verzameld. Ze zitten in mijn potje. Als ik ze loslaat, ben ik ze kwijt. Heb ik niets meer. Mijn waarde ligt in het hebben van die vlinders. Iets in me wil die stem gehoorzamen, maar mijn hart protesteert. 'Het zijn toch mijn vlinders!' Ik merk een strijd in mij tussen mijn wil en mijn hart.

Mijn hart wil leven. Mijn hart wil wat in het leven bereiken - door hard werken en vlinders verzamelen 'groot' worden in de ogen van mensen. Ik wil waardering, respect, ontzag en erkenning. Mijn hart heeft grote dromen; groot zijn in de ogen van de andere vlinderverzamelaars in het park. Maar wat leeg eigenlijk! Ik wil een held zijn in plaats van een sukkel. Ik wil een overwinnaar zijn in plaats van een mislukkeling. Ik wil kunnen opscheppen over wat ik bereikt heb.

"Een overwinnaar in wiens ogen? Een held in wiens ogen? Een succesverhaal in wiens ogen?"

In de ogen van mensen om me heen.

"Is dat niet leeg? Niet tijdelijk en vluchtig? Laat de vlinders, die je verzameld hebt, vrij om te vliegen naar elke bloem en pot die ze zelf willen. Daar heb Ik vlinders voor geschapen om vrij te zijn en van bloem tot bloem te vliegen."

ButterflystlMaar dan kunnen ze vliegen naar die kas van die man die er al drieduizend heeft of naar dat opschepperige mens met haar twintig vlinders...

"Ga niet mee met de geest van Christendom die haar succes telt met het tellen van de vlinders in het potje. Ze zijn vergeten dat het niet om hen draait, noch om het aantal vlinders in het potje, maar om Mij. Als jij de rupsen die Ik je heb laten vinden goed verzorgt en goed voor de vlinders zorgt, is dat genoeg. Ik kijk niet naar de aantallen, ik kijk naar de houding van je hart. Ga daarom niet mee met de geest van Christendom, maar laat jij je leiden door Mijn Geest. Dan kan je ook in de vrijheid komen om te genieten van wat je doet en wie je bent, in plaats van je voortdurend te vergelijken met anderen en te stressen om dat 'succes' te bereiken. Laat los... en het zal jou loslaten. Kom in Mijn vrijheid, Mijn zoon."

Ineens ben ik weg uit het park en sta ik in een donker bos vol omgevallen bomen...

(wordt vervolgd)

donderdag 19 oktober 2006

Verblinde zwerfster

Blind Verblind door tranen, verslagen door wat ik heb gezien, ren ik door de lege straten van Christendom. In mijn paniek ren ik tegen haar op; een oude gebroken vrouw die strompelend haar weg door de stad lijkt te gaan. Ze valt op de grond. Als ik haar een hand wil uitreiken, zie ik weer mijn gezicht in haar gezicht, maar ik zie deze keer geen ogen. Ze is blind. Daar ligt ze halfnaakt op de grond; een zwerver zonder Huis.

Ik schreeuw het uit: ze is blind!

"Maar dat neemt haar verantwoordelijkheid niet weg. Ik houd haar verantwoordelijk voor haar daden en acties, voor haar houding en inzicht. Haar blindheid is geerfd, maar ze is hier wel zelf verantwoordelijk voor. Het is als bij de aanleg voor zwaarlijvigheid. Je bent zelf verantwoordelijk voor wat je eet. Mijn Lichaam heeft zich niet met het goede gevoed; zich niet gericht op Mijn Woord en Mijn Geest."

Maar ze is blind!

"Ja, ze is blind zonder besef of bewustzijn van haar blindheid. Ze struikelt in het donker rond, niet ziende waar ze zich mee voedt of door wie zij zich laat besmetten. Niet wetende met wie zij omgaat. Ze is alleen, zonder Mij, Mijn zegen en Mijn toerusting. Ze dwaalt verloren rond; hulpeloos. Mijn hart gaat naar haar uit. Ik houd van haar, heb haar lief en bemin haar. Ik moet en ga haar ontluizen, haar wassen, haar hoofd en haar ogen zalven met Mijn olie en zalf. Zij zal weer kunnen zien. Zij zal Mij zien en stralen van Mijn weerspiegelende heerlijkheid. De wereld zal in haar, in haar ogen de weerspiegeling van Mijn heerlijkheid zien."

Ik ben nog steeds in schok. Er is iets gebroken diep van binnen in mij, alsof ik het bijna niet kan geloven: "Oh Heer, Uw lichaam is blind!"

"Blind? Ja, kreupel, gebroken, verteerd, aangerot. Ze is in een walgelijke staat, maar Ik houd van haar. Ze is Mijn geliefde. Ik heb haar lief. Zij zal Mijn stralende bruid zijn.

Ik heb haar lief en Ik wil dat jij, Matthijs ook die liefde voor haar hebt. Alles wat Ik doe en ga doen, doe Ik uit liefde voor haar. Zij is Mijn oogappel, Mijn geliefde, maar zij kent Mij niet. Ze wil Mij niet kennen. Ik zal haar schudden. Ik zal haar hart bereiken, haar voor Mij winnen, haar doen denken aan haar beloften voor Mij. Ik zal haar Mijn hart doen zien. Ze is nu nog blind, maar Ik zal haar ogen openen. Ik heb haar zo lief."

Met die woorden verandert er iets in mij. Het lijkt wel of het lichter is geworden in stad, of misschien wel lichter is geworden in mij. Ineers is daar een oceaan van liefde voor die blinde gebroken vrouw die voor me op de grond ligt en waar ik zelf een deel van ben. Ik lijk haar nu beter te kunnen zien en zie dat haar armen en handen omwikkeld zijn met doekjes en kettingen. Terwijl er een vraag hierover in mij opkomt, is daar de stem weer:

"Haar afgoden zal ze afdoen. Haar bindingen, kettingen en gebedsdoekjes zal ze afdoen. Al die verwerpelijke en besmettelijke dingen zal ze afdoen en achter haar laten. Ik zal haar kleden met witte kleding. Ik zal haar bekleden met Mijzelf en met Mijn liefde voor haar. Zij zal dan zijn als die stralende bruid waar Ik naar verlang. Dit is Mijn Woord."

Van gebedsdoekjes heb ik nog nooit gehoord. Wat zijn dat; gebedsdoekjes? Heb ik het goed verstaan?

"Het zijn haar zinloze gebeden, haar bijgeloof, haar showgebeden, haar gebeden zonder eind, haar valse geestelijkheid, haar eigenbelang bekleed in mooie gebeden. Zo indrukwekkend, maar leeg. Kleurrijk imponerend gefladder in de wind..."

De stem lijkt te vervagen. Net als de rust lijkt te zijn teruggekeerd, komt de stem als een laatste golf, brekend in mijn hart terug:

"Het is deel van haar afgodendienst; het dienen van je verlangen in plaats van het dienen van Mij."

Het is teveel. Ik zak naast deze vrouw op de grond neer en zoek als een blinde haar hand. Wij zijn een...

dinsdag 17 oktober 2006

Een kolos te midden van kolossen

Stainedglass_resizeAls ik me omdraai en terug de stad van Christendom in loop op zoek naar de kerk, zie ik de grotere donkere gebouwen. Ze staan leeg en zijn holle geraamtes van wat het ooit waren. Kleine groepjes mensen verschuilen zich in de hoekjes van deze kolossen. In mijn hart stijgt een roep omhoog: "waar is de kerk?"

Opeens zie ik te midden van de leegstaande kolosale gebouwen een dikke moddervette vrouw die op kussens ligt, omringt door haar overvloed en met vettige handen alles in haar mond doet. Ze pakt en graait naar het vette eten van alles wat om haar heen ligt. Ze stopt haar mond helemaal vol. Het vet druipt langs haar gezicht en haar kin naar beneden.

In walging wil ik me omdraaien en verder lopen, maar dan is daar een stem:

"Mijn Lichaam dat zo vol liefde voor Mij en de ander, de naaste zou moeten zijn, leeft zonder Mij en richt zich slechts op haarzelf. Vol vreten zij zich met luxe, veiligheid, zekerheid en alles wat ze kan veroorloven om voor haarzelf een veilige welgevallige wereld te scheppen. Zij grijpt naar alles waar zij haar vette smerige klauwerige handen op kan leggen. Graaien, graaien, graaien... Ik walg van haar overvloed."

"Ze is een dikke vette papzak, die zich de ganse dag door kan voeden met zoetigheid. Ik walg van hoe ze eraan toe is. Dit is niet Mijn bruid. Dit wezen is niet Mijn schepping met haar vorm van godsdienst zonder kracht en zonder lijden. Ik zal een lijden over haar doen komen. Haar gewicht zal ze verliezen. Arm, naakt en berooid zal ze zijn totdat Ik Mij opnieuw over haar zal ontfermen en haar Mijn aangezicht doen zien. Een aangezicht van lijden, verdriet, liefde, troost. Ik zal haar tot Mij trekken en haar opnieuw Mijn bruid, Mijn Lichaam maken."

De woorden raken mij diep in mijn binnenste. Nu maakt dit wezen mij nieuwsgierig, want in de woorden van afkeer klonk boven alles uit een heldere melodie van liefde. Wie is dit wezen dat zij zoveel liefde in de stem oproept? Ik kijk naar haar en schrik, want ik zie mijn gezicht in haar gezicht, mijn ogen in haar ogen.

Mijn hart lijkt voor een seconde te stoppen. Ik ben deel van dit wezen. Ik kan me er niet van omdraaien, er niet voor weglopen. Ik ben deel van haar, deel van haar graaien en grijpen, deel van Zijn liefde. Het wordt me teveel.

Ik ren weg zo hard als ik kan...

woensdag 11 oktober 2006

De gelijkenis van de meesterschilder:

De meesterschilder maakt een schilderij, een prachtig kunstwerk. Maar het komt niet in een museum of een galerij te hangen. Nee, hij neemt een schaar en knipt het schilderij in honderden stukjes. Niet als puzzelstukjes, nee gewoon kriskras. Sommige stukjes zijn rond. Anderen hebben allerlei vormen. Als het knippen voltooid is, gaat de meesterschilder op reis en geeft hij de mensen die hij tegenkomt een stukje met als boodschap: “Zoek het schilderij” Niet alle stukken geeft hij weg – sommige stukken houdt hij zelf.

VerfIedereen is ondersteboven van zijn stukje van het schilderij. Al snel laten ze het aan andere mensen zien en vormen er zich groepjes rondom de stukjes die het kunstwerk bewonderen. Sommige groepjes bewonderen het alleen maar, anderen denken dat het stukje het hele schilderij is of vullen het aan door om het stukje verder te tekenen. Natuurlijk zijn er meerdere groepjes die een stukje van het schilderij hebben. Maar de groepjes branden elkaar af en veroordelen elkaar omdat ze claimen het enige ware stukje of zelfs ook maar een stukje van het schilderij te hebben. Hoe kan het stukje nu van dezelfde schilder zijn als de kleur anders is en het vierkant is in plaats van rond? Iedereen weet toch dat het schilderij rond is.

De groepjes met de stukjes realiseren zich niet wat de bedoeling van de meesterschilder was. De schilder laat een nieuw denken ontstaan. Samen zoeken naar het schilderij, leven voor elkaar en in eenheid. Blijven zoeken, want het schilderij zal nooit af zijn!

Mijn foto