Een goede vraag van Gijs:
"Wat voor mij relevante vraag is: als mensen tot geloof komen, wat zijn dan hun behoeftes, en hoe wordt daar op een - voor hen - natuurlijk wijze in voorzien?
Stel nu dat ik er aan bij mag dragen dat een handjevol Utrechtse studenten tot geloof komen. Wat zijn dan hun behoeften? Ik gok vriendschap met elkaar en met 'oudere' christenen (gemeenschap), leren om te bidden, de Bijbel te lezen en Gods stem te verstaan (geloofsopbouw) en leren om hun naasten lief te hebben en zich in te zetten voor de ander en voor Gods missie.
Wat is een voor hen natuurlijk manier om in die behoeften te voorzien? Vriendschap: veelvuldig communiceren via sms, mobiele telefoon, mail, blog, hyves, etc, samen pokeren, bier drinken, op een terras zitten, enzovoorts. Geloofsopbouw: ??? In ieder geval diepgaande en felle discussie over Bijbelgedeeltes, dat klink bijna Rabbijns. Maar verder... In hoeverre is mijn geloofsbeleving refogelisch getint, en in hoeverre kan en mag ik die overdragen?
Maar laat ik niet te veel mijn hoofd breken. Contextualisatie is een voortdurende zoektocht, waarin je voortdurend moet uitpuzzelen welke manieren en vormen bij je doelgroep passen en aansluiten.
Contextualistie = anderen helpen om (cultureel) authentiek te zijn in het volgen van Jezus?"
Een leuke en goed doordachte reactie van Rick op mijn post 'C1 - C5' spectrum:
"Matthijs,
je poging vind ik heel interessant. Waar je echter tegenaan loopt is het volgende. Het C1-C6 spectrum is gemaakt in een setting die te maken heeft met een overheersende monocultuur. Moslims die christen worden ervaren problemen doordat zij vanwege die keuze uit hun religieuze en sociale gemeenschap worden gestoten. Daardoor worden zij eenlingen binnen hun gemeenschap.
In Nederland bestaan wel van die situaties, maar die vinden plaats in een van de minderheidsgroepen. Uitstoting uit de katholieke gemeenschap, de reformatorische gemeenschap of de arbeidersgemeenschap, omdat je je anders gaat gedragen tengevolge van je keuze voor Jezus, kan ik mij nog wel voorstellen. Omdat ons land echter geen overheersende monocultuur kent, maar vanaf het ontstaan (ook al wordt dat nu door sommige politici ten stelligste ontkent) een multiculturele samenleving is, kunnen C4 en C5 zo moeilijk op DE NEDERLANDSE GEMEENSCHAP worden overgezet. Daarom komt je voorbeeld bij NL4 erg gekunsteld over. Want een meditatiecentrum is relevant voor hooguit 5% van de Nederlandse bevolking (en misschien is 15% er enigszins in geïnteresseerd).
NL4 en NL5 kunnen volgens mij alleen worden toegepast op leven als christen in een minderheidsgroep. NL4 zal in het overwegend katholieke zuiden heel anders moeten worden vormgegeven dan in een dorp op de Bible-belt.
In het originele spectrum van John Travis over bekeerde moslims spreekt hij van C1 t/m C6. In dit spectrum staat C6 voor bekeerde moslims die vanwege angst voor vervolging stiekem christen moeten zijn. Ik heb in het Nederlandse spectrum NL6 expres weggelaten, want hebben we daar al niet genoeg van?
Christenen die er in hun woorden, daden en levenstijl er niet voor durven uit te komen dat ze christen zijn, zijn onze NL6 christenen. Maar binnen contextueel gemeente zijn, wil ik om eerlijk te zijn aan hen geen aandacht besteden.
Nico-Dirk heeft zich op zijn blog gemengd in een dialoog over het NL1-NL5 spectrum:
"Matthijs heeft zich ook begeven op het glibberige pad van de contextualisatie. In een recente post schetst hij de C1-C6 indeling van Koninkrijks gemeenschappen van (ex)moslim gelovigen. En belooft ons een NL1-NL6 variant voor dit platte land oftewel een Nederlands Evangelie. Ook de eerste gelovigen hadden een contextualisatie probleem: Hoe vertaal je een joods evangelie naar een heidens evangelie. Door het gehele boek handelingen zie je de worsteling."
Zomaar wat vragen die het NL1 - NL5 spectrum oproepen?
* Gaan we wel ver genoeg met contextualisatie in Nederland? De meeste kerken zijn NL1 of NL2 en weinig effectief in het bereiken van mensen zonder kerkelijke achtergrond. Hoe zou een NL3 of NL4 kerk eruit zien?
* Als we verder zouden willen contextualiseren, wat zijn dan de dingen die je aan gaat passen? Is waarschijnlijk sterk lokaal bepaald en afhankelijk van de mensen met wie je wilt werken.
Deze vragen zijn het puntje van de ijsberg. Welke vragen vind jij belangrijk?
Twee weken geleden schreef ik een post over het C5 spectrum. In deze post beloofde ik dat ik hier op deze blog mee verder zou gaan. Vandaag is het tijd om het stokje weer op te pakken.
Je kunt deze schaal van C1 tot C6 namelijk ook toepassen op contextueel gemeentestichten. Dan krijg je een schaal van NL1 tot NL 5. Even heel kort een introductie om dan over de komende weken deze (hopelijk met elkaar) verder uit te werken:
NL1: staat voor een gemeentestichtend project waarbij er een dochtergemeente wordt gesticht die een kopie is van de bestaande moederkerk. Het feit dat een onkerkelijke persoon deel geworden is van deze gemeente heeft geen impact op de manier van samenkomen van deze gemeente. De onkerkelijke zoeker integreert in de gemeente. In een Nederlandse setting zou je kunnen denken aan een onkerkelijke zoeker die deel wordt van een bestaande PKN of VPE gemeente, waarbij zijn/haar deelname geen invloed zal hebben op de vorm van de viering. Bekeerde onkerkelijken in een G1 setting noemen zichzelf christenen.
NL2: staat voor een gemeentestichtend project waarbij er een gemeente wordt gesticht die zich gedeeltelijk gaat aanpassen aan de onkerkelijke personen die zich wil bereiken. Je kunt hierbij denken aan een jeugdkerk waar veel Engelse gospelliederen worden gezongen met een vlotte band, een goede lichtshow, een mooi podium, een korte flitsende preek. De inhoud en vorm verschilt niet veel van NL1, maar de aankleding maakt het verschil waardoor ze hopen toegankelijker te zijn voor onkerkelijken. Een ander voorbeeld van een NL2 gemeente is een Willow Creek of een Doelgerichte of een Hillsong gemeente. Bekeerde onkerkelijken in een NL2 setting noemen zichzelf christenen.
NL3: staat voor een gemeentestichtend project waarbij er een gemeente wordt gesticht die redelijk ver wilt gaan in het aanpassen aan de onkerkelijke personen die zich wil bereiken. Je kunt hierbij denken aan een emerging church waar bijvoorbeeld de monoloog in de preek vervangen is door een dialoog of een interactieve vorm van onderwijs. In plaats van liederen te zingen, geven zij vorm aan aanbidding door middel van stilte, kunst, kaarsen, wandelingen in de natuur en vele andere werkvormen. In plaats van een podium- of kanselcultuur vinden zij de groepscultuur van belang. NL3 gemeentes zijn vaak minder gestructureerd dan de NL1 en NL2 gemeente. Een sleutelwoord in NL3 gemeentes is community; het samen leven, beleven en vieren van het Leven. Bekeerde onkerkelijken in een NL3 setting noemen zichzelf christenen.
NL4: staat bijvoorbeeld voor een christelijke versie van een meditatiecentrum, waarbij er bijvoorbeeld op Jezus gemediteerd wordt en een Jezus georiënteerde yoga beoefend wordt. Net als bij een christelijke moskee is deze kerk voor een Nederlandse gelovige niet te onderscheiden is van een niet-christelijk meditatiecentrum.
NL5: staat voor christenen die nadrukkelijk deel blijven van de cultuur en gemeenschap waar zij deel van zijn. Deze gelovigen; een groeiende groep sluiten zich niet aan bij een christelijke kerk, maar leven als christenen in de maatschappij.
De komende dagen wil ik stil staan bij de C1- C6 schaal. Een andere naam hiervoor is het C5 spectrum. Ik heb even op de Nederlandse google site gekeken, maar daar is (behalve op een interessante studiedag ‘Jezus in de moskee of moslims in de kerk’ na) niets over te vinden.
Deze schaal is zeer interessant voor mensen die bezig zijn met het ontwikkelen van nieuwe vormen van kerk-zijn. Het C5 spectrum is ontwikkeld door de zendeling John Travis. Hij gebruikt deze schaal om te laten hoe contextueel een gemeente kan zijn. Volgens mij ontstond deze schaal in de jaren 70 of 80 in Bangladesh, toen daar vele moslims tot een christelijk geloof kwamen. John Travis (niet zijn echte naam) is een Amerikaanse zendeling die in Bangladesh werkte en daar ontdekte dat deze bekeerde moslims op vijf verschillende contextuele plekken een christelijk thuis vonden. Hij bracht deze vijf verschillende contextuele plekken onder in een schaal van 1 t/m 6.
Laatste reacties