Elke woensdagmiddag mag op de kinderclub een kind de kaars aansteken. Alle kinderen willen dit graag doen en roepen ‘juf, mag ik?’ of ze steken netjes hun vinger op. Vandaag mag een Marokkaans meisje de kaars aansteken. Ik vraag haar of ze weet waarom we de kaars aansteken, maar ze schudt nee. Ik vraag aan de andere kinderen wie wil vertellen waarom we de kaars aansteken en meteen gaan een heleboel vingers de lucht in: “We steken de kaars aan, omdat God dicht bij ons is!” zegt een meisje.
We hebben een kaars met drie lonten; deze gebruiken we om iets uit te leggen aan vooral moslimkinderen (die soms geloven dat christenen in drie goden of in een godenfamilie geloven: God, Jezus en Maria). Het is één kaars met drie lonten, zo leggen we uit dat we geloven in één God, maar wel een drie-enig God: Vader, Zoon en Heilige Geest.
Een paar weken later bidden we één voor één met elk kind tijdens de kinderclub. De kinderen vonden dit heel waardevol en vertelden ons allerlei dingen: samen met hen konden we voor hen en mensen om hen heen bidden, hen zegenen en God danken. De meest uiteenlopende dingen werden genoemd: van een zieke vader tot geen papieren vliegtuigjes kunnen vouwen, van een jongen die vaak heel bang is tot een meisje die een goed rapport had, van kinderen die in de kerstvakantie de hele dag alleen maar tv hadden gekeken tot kinderen die een leuke vakantie achter de rug hadden vol familiebezoek.
Ook had ik gesprekjes met de kinderen over bidden en over God: een meisje van vier jaar, die sinds kort naar de kinderclub komt, vroeg: “God? Wie is God? Is dat een hand?” Nog best lastig om aan een klein meisje simpel en helder uit te leggen wie God is…!
Gehoord van Liesbeth Snoep - medewerkster van een van onze projecten
Laatste reacties