Voordat John overlijdt bezoek ik hem nog drie keer. Elke keer lijkt John zwakker. De eerste keer maken we nog een wandeling met zijn twee honden door het bos. De keer daarop ligt John al in bed. Toch zijn het speciale tijden. We hebben nog nooit zo diep gepraat. Nou ja, gepraat... Ik praat vooral en John luistert. Ik vertel John dingen die ik nog nooit aan iemand anders heb verteld. Ik vertel hem over mijn angsten, mijn dromen, zwaktes en verlangens. Ik vertel hem hele verhalen. John knikt, luistert en begrijpt. Ik voel me begrepen. Hoewel hij zieker en zieker lijkt te worden, werken deze gesprekken genezend voor mij. Als ik dit tegen John zeg, verbiedt hij mij om me daarover druk te maken. “Het doet me ook heel goed om zo met jou te praten. Je moet je hier niet schuldig over maken. Daar is het leven te kort voor.” Dat is John, altijd een grapje om andere mensen op hun gemak te maken.
“Ben je bang voor de dood?”, vraag ik hem. John schudt ontkennend zijn hoofd en ik zie pretlichtjes in zijn ogen. “Met jou naar Schotland gaan was een avontuur. Weet je nog hoe we als zwervers onder dat afdakje lagen, hoe we zeeziek werden op de boot, maar uiteindelijk allebei God ontmoetten? Dit wordt een veel groter avontuur. Misschien wel het grootste avontuur van mijn leven. Ik ga straks God ontmoeten. Natuurlijk zie ik er niet naar uit om dood te gaan, begrijp me niet verkeerd. Maar ik ben niet bang. Ik ben zo benieuwd naar hoe het zal zijn. Iets in me kan wat dat betreft niet wachten.
John grijpt mijn arm en ik zie tranen in zijn ogen. “Ik wil Suzanne en de kinderen niet kwijt raken. Dat vind ik het ergste. Dat ik ze moet loslaten.” Ik knik en ben er voor hem.
De laatste keer dat ik John zie, ligt hij op bed aan een morfinedrip. Hij is erg moe en ik kan maar kort blijven. We kussen elkaar als twee broers. John kan bijna niet meer praten. Fluisteren lukt nog wel. Als ik weg ga, trekt hij mijn hoofd naar zijn mond. Hij fluistert. Ik moet moeite doen om hem te verstaan. “Matthijs, twijfel niet langer aan jezelf. Je bent een goede man, een goede vriend.” Ik knijp hem in zijn arm en kus hem voor de laatste keer.
(wordt morgen voor het laatst vervolgd)
Laatste reacties