Als John deze week een avondje bij mij thuis op bezoek is, vertelt hij me dat een jonge charismatische gemeente hem gevraagd heeft of hij voorganger in hun gemeente wilt worden. Ik schrik er een beetje van. “Weten ze van je achtergrond?”
John vertelt me dat dit voor hen geen bezwaar is. “Ze geloven dat ik vergeven en hersteld ben en zouden me graag hebben.” Ik weet het niet. Maar het is John’s leven...
“Wat heb je ze gezegd?”
“Ik doe het niet. Om eerlijk te zijn durf ik het gewoon niet. Ik ben te bang dat ik niet om zou kunnen gaan met die positie. Oh, ik weet dat ik de taak wel aankan. Ik weet dat ik deze gemeente zou kunnen laten uitgroeien naar een grotere gemeente en hen een eind verder op weg zou kunnen helpen. Maar ik weet niet of ik dit samen met Jezus kan doen. Ik ben te bang dat, als ik weer een podium op ga en invloed krijg, ik terugval in de oude patronen van de andere John. Dat John het zonder Jezus gaat doen en gaat manipuleren en domineren.”
“Weet je, Matthijs. Ik ben tot het punt gekomen dat ik liever bang ben om zonder Jezus op te trekken, dan dat ik moet functioneren in de gaven en talenten die God mij heeft gegeven. Ik weet dat dit misschien tegenstrijdig klinkt. Maar soms is het beter om samen met Jezus ‘nee’ te zeggen tegen een geweldige bediening die je misschien op het lijf geschreven is, dan om zelfs maar het risico te lopen iets van Jezus kwijt te raken.”
Ik slik, want ik weet precies wat hij bedoelt. Ook ik ben de afgelopen jaren gegroeid in mijn invloed en bekendheid, en ik merk steeds meer de verslavende werking hiervan. Zou ik nog, als Jezus dit zou vragen, mij voor de rest van mijn leven kunnen terugtrekken in de anonimiteit en het niets doen? Of ben ik het punt gepasseerd waarin ik kan zeggen dat ik bereid ben om alles te doen wat Jezus van mij vraagt? Zelfs al was dat de rest van mijn leven met hem wandelen en op het gebied van christelijk werk en invloed niets meer te betekenen hebben. Ik weet het niet.
Maar wanneer ik John over mijn twijfels en zorgen vertel, moet hij glimlachen. “Het is een glibberig pad waarop jij je als leider kan bevinden. Maar jij bent anders dan mij. Jij wandelt met God, je bent integer. Tuurlijk zie je de verleidingen, maar ik geloof in jou.” Ik twijfel. John weet niet wat er in mij leeft. Hij weet niet echt welke strijd er soms in mijn hart speelt. Hoe moeilijk ik het vind om niet toe te geven aan verleidingen van macht, invloed en bekendheid. Ik weet van mezelf dat ik bang ben om hierin de fout te gaan, maar ik ben nog banger om dit alles te moeten gaan missen.
Als ik dit tegen John zeg, schudt hij zijn hoofd. “Matthijs, jij bent echt een worstelaar. Ik ken niemand die zo met zichzelf kan worstelen als jij. En juist omdat je zo worstelt, laat dit mij zien dat je het goede wilt. Anders zou je niet zo worstelen en gewoon mee gaan met de flow.” Tegen deze logica kan ik niet op, maar ik zou tegelijkertijd niet de keuze kunnen maken die John maakt. Ik zit teveel vast aan mijn bediening en alle beloningen die mij dit geeft.
Ik bewonder John voor de keuze die hij hierin wel durft te maken.
“Trouwens, ik heb al een gemeente die ik moet leiden.” John laat mij een foto zien op zijn mobiel. Op de foto staan zijn vrienden die maandelijks op de viering voor mensen met een verstandelijke beperking komen.
(wordt morgen vervolgd)
Laatste reacties