Een paar dagen later belt John me op. Hij heeft telefonisch contact gehad met zijn moeder en heeft voor volgende week een afspraak gemaakt. Of ik nog steeds bereid ben om met hem mee te gaan? Het is vijfentwintig jaar geleden dat hij haar voor het laatst gesproken of gezien heeft. Tot voor kort heeft hij er alles aan gedaan om elk contact te vermijden maar na onze vakantie in Schotland heeft hij zijn moeder nu al twee keer telefonisch gesproken. Of ik dinsdag met hem mee wilt gaan.
Ik ben met mijn eigen auto gekomen. John's moeder woont in groot seniorenflat in Zeist. John en ik hebben een paar straten van zijn moeder’s huis afgesproken. Als ik parkeer, staat John er al met zijn auto. John is heel zenuwachtig. Dat is wel aan alles te zien. We wandelen samen naar zijn moeder's huis. John is hier ook nog nooit geweest. In de tijd dat John nog contact met zijn ouders had, woonden ze nog in Amstelveen. Een aantal jaar geleden voordat John's vader overleed, zijn ze naar Zeist verhuisd. John's moeder woont op de zevende verdieping. Ze heeft via de intercom de deur van het flat al voor ons opengedaan. Als we op de zevende verdieping uit de lift stappen, staat John's moeder al bij de lift te wachten. Huilend vallen de twee elkaar om de hals.
Ik sta er een beetje schaapachtig bij. Snikkend als een kind valt John zijn moeder om de hals. Keer op keer hoor ik hem fluisteren: “Mam, het spijt me zo. Het spijt me zo.” Zijn moeder strijkt zijn haren en fluistert: “Het is goed zo, jongen.” Als na een paar minuten het heftigste van de ontmoeting eraf is, neemt zijn moeder John aan de hand mee het huis binnen; de woonkamer in. Ik volg op een afstandje.
Voordat we de kans krijgen om te gaan zitten, haalt zijn moeder een envelop uit de lade. “Dit is een brief van je vader. Hij was er zo zeker van dat je op een dag hier terug zou komen, dat hij mij op zijn sterfbed deed beloven dat ik je deze brief zou geven op het moment dat je hier terug zou komen. Hij is voor jou. Zo!” Het lijkt of er een grote last van haar afvalt. “Hebben jullie trek in koffie?” John en zijn moeder raken in een diep gesprek. Ik drink mijn koffie op en neem afscheid met de smoes dat ik nog een andere afspraak heb. Hier hoef ik verder niet meer bij te zijn.
(wordt morgen vervolgd)
Laatste reacties