Boven op de hoogste berg van het eiland Rhum heeft John mij net gevraagd of ik met hem mee wilt gaan als hij weer voor het eerst in jaren op bezoek bij zijn moeder gaat.
De vraag overvalt me een beetje. Natuurlijk wil ik wel met John mee. Ik denk dat het voor iedereen wel een ongemakkelijk eerste bezoek zal zijn, maar dat zij zo. Als ik het hierin voor hem gemakkelijker maak, wil ik meegaan. We rusten nog even uit voordat we weer naar beneden gaan om langs een andere bergkam een volgende top te bereiken. “En hoe is het met je kinderen?”, vraag ik hem. John heeft twee zonen en een dochter. Net als mijn kinderen zijn ze alledrie het huis uit.
John vertelt dat ze tijdens de scheiding alle drie voor hun moeder hebben gekozen. “Ze willen geen contact meer met mij hebben. Het lijkt wel of de geschiedenis zich herhaalt. Het voelt als dat lied van Marco Borsato. Je weet wel van vroeger. Hoe heette dat nou? Oh ja, ‘Aan het einde van de lijn’. Een paar seconden later galmt dit lied door de bergen van Rhum. Verbazingwekkend hoe snel de woorden terugkomen:
“Zou je niet eindeloos rijk willen zijn
Voor een dag
Als koning ontwaken en baden in weelde
en alles was goud wat je zag
Voor een dag op de troon van een luchtkasteel
Maar zonder je mantel
zou niemand meer zien wie je bent
Gewoon een verschijning die kwetsbaar is
niet langer als koning herkend
Onbevangen en naakt
komt een mens op de wereld
en naakt gaan we hier weer vandaan
Want alles blijft achter
Heel je bezit
En leeg zijn je handen
aan het eind van de rit
Niemand is machtig
en iedereen klein
Aan het einde van de lijn
Zou je niet mooier dan mooi willen zijn
als het kon
Geslaagd in het leven
Beroemd en aanbeden
Zo stralend en warm als de zon
Onbeholpen en naakt
Komt een mens op de wereld
en naakt gaan we hier weer vandaan
Want alles blijft achter
Heel je bezit
en leeg zijn je handen
Aan het eind van de rit
Niemand is machtig
en iedereen klein
aan het einde van de lijn."
(wordt morgen vervolgd)
Laatste reacties