« januari 2008 | Hoofdmenu | maart 2008 »

vrijdag 29 februari 2008

Even iemand voorstellen

Gemeentestichtingsdag_2008_52_of_61Even iemand voorstellen...

Dit is Tonnes Blonk. (aan de rechterkant van de foto)  Gemeentestichter in Laakkwartier en woonachtig in onze wijk Spoorwijk. Tonnes is samen met zijn gezin en team betrokken in gemeentestichting onder multiculture groeperingen in de wijk. We ontmoeten elkaar minimaal een keer per maand op de gebedsgroep ‘Bidden voor Spoorwijk’. Maar kijken wel hoe we meer voor elkaar kunnen betekenen. Kerst was hiervoor een leuke kans...

Even voor Kerst veranderde onze wachtkamer waar we zondags onze vieringen houden in een kleine supermarkt. Van een grote kerstpakkettenbedrijf in het Westland kregen we een groot gedeelte van de inhoud van hun showroom. Na twee keer rijden met een volle auto stonden er 700 luxe levensmiddelenproducten in de wachtkamer. We hebben al deze producten verdeeld in 60 zakken en samen met Tonnes en het team al deze zakken uitgedeeld.

Dit waren niet de enige voedselpakketten die we rond kerst kregen. Onze vrienden van de Rafael gemeente in Den Haag brachten 25 kerstpakketten die we ook onder onze kennissen in de wijk konden verdelen. De klap op de vuurpijl was de PKN in ‘s Gravenzande die mij uitnodigde om te spreken op hun kinderkerstfeestt op kerstavond. In de kerk stond een enorme troon waar de mensen levensmiddelen en cadeautjes voor kinderen in Spoorwijk konden neerleggen. Zoals de wijzen cadeaus meenamen voor de geboren Koning, zo kon iedereen iets meenemen voor mensen en gezinnen die het rond deze tijd misschien moeilijk maken. Het hele oppervlakte rond de troon lag vol met levensmiddelen en cadeaus. Ook hier waren weer twee auto’s nodig om alles mee te kunnen nemen. Mooi om te zien hoe vrijgevig mensen hierin elke keer weer zijn!

donderdag 28 februari 2008

Een raar vak

Missionair werker of gemeentestichter zijn is een raar vak. Het enige instrument waar je over beschikt, ben jezelf. Je werkgever is onzichtbaar en niet bereikbaar voor functioneringsgesprekken. Je grenzen worden niet van boven opgelegd. In veel gevallen liggen de uren die je werkt ook niet vast. Er is niemand die ‘s morgens zegt dat je moet beginnen en niemand in de middag die vertelt dat het werk nu klaar is. Je bent vaak eigen baas met je eigen drijfveren en motivatie.

Deze combinatie van factoren maakt dat het belangrijk is om als werker in dit veld in jezelf te kunnen wroeten en te reflecteren, om te begrijpen wie je bent en wat je drijft. Vandaar ook het sprookje dat ik de afgelopen twee weken verteld heb.

God Onze werkgever is onzichtbaar. Ik zou dolgraag met regelmaat een beoordelingsgesprek met Hem willen. Dit lukt echter niet. Ik kom hierin niet verder dan een projectie van wat ik denk dat Hij denkt. Zeer ingewikkeld dus en zeer afhankelijk van mijn beeld van God als werker. Mijn beeld van God bepaalt hoe ik denk dat Hij over mij denkt - volg je het nog?

- Heb ik een beeld van God die vol genade is, die goedlachs meekijkt met wat ik doe, zijn zegen hieraan geeft en alles wat ik doe mooi vind?

- Of een beeld van God die veeleisend is en mensen opzij schuift als ze niet behoorlijk functioneren, zoals dit gebeurde bij koning Saul? En ik bang ben dat God mij opzij zou schuiven?

- Een beeld van God die nooit tevreden is met wat ik doe, altijd meer van mij verwacht, altijd weet dat ik meer had kunnen geven, meer had kunnen doen, maar het nooit net helemaal goed doe?

- Een beeld van God die grillig is en mij alle kanten op kan sturen?

- Een beeld van God die Zijn mensen straft als zij ongehoorzaam zijn in het uitvoeren van zijn opdrachten, zoals de profeet die gedood werd door de leeuw omdat hij zich liet verleiden door een andere profeet of zoals Jona die drie dagen in de rottende maaginhoud van een vis dreef - je zou toch maar claustrofobisch zijn!

- Een beeld van God die Zijn handen van mij aftrekt, mij opgeeft als onbruikbaar, mij overgeeft aan mijn eigen ambities, mij mijn gang laat gaan, wel financiert maar niet meer met mij tot zijn doel wil komen?

- Of heb ik een beeld van God die zegt: “Kind, werk toch niet zo hard! Kom lekker even spelen en uitrusten. Geniet er lekker van! Geniet van mijn zegen en overvloed. Relax!”

Mijn beeld van God als werkgever bepaalt heel sterk hoe ik als missionair werker in het werk sta. Maar hoe is mijn beeld van God gevormd? (wordt vervolgd)

dinsdag 26 februari 2008

Emerging church in de polder

Johan schreef vandaag dat "Emerging church prominent aanwezig zal zijn op op het komende Xnoizz Flevo Festival. Na PKN en EO Ronduit valt ook Flevo voor EC. Er komt iets op gang..."

Opwekking_2 Zo ook op de Opwekking conferentie met een workshop op de zaterdagavond: "Emerging church in de polder - gemeentestichting in de 21ste eeuw"

Naast drie kinderoptredens op het kinderterrein van de Opwekking conferentie doe ik dit jaar voor het eerst een workshop over 'Kerk, maar dan helemaal anders. Een workshop over nieuwe vormen van kerk-zijn binnen gemeentestichting in Nederland. Wat gebeurt er en waarom? Wat zou de bestaande kerk hiervan kunnen leren? Een interactieve workshop met uitleg over termen zoals liquid en emerging church, incarnatie en contextualisatie. Mensen krijgen hierbij hopelijk een blik in zowel het laboratorium, als de keuken van gemeentestichting!'

En dat allemaal binnen een uur! Ben benieuwd of er iemand komt...

maandag 25 februari 2008

De man met de schaduw

Vandaag het laatste stuk van het sprookje over de jongen met zijn gouden lidteken:

Monnik_onbewerkt_2 "De abt gaat verder: “Ik zie in jou een kinderlijk verlangen en motivatie om de koning te behagen en zijn trots te verkrijgen. Dit is een goed en logisch verlangen van een zoon."

“En zie wat hij heeft gedaan!” De jongen toont zijn hand.

“Ach jongen, die klap met zijn zwaard deed hem meer verdriet dan je kunt bedenken. Hij deed dit omdat hij van je houdt. Je liep te lang rond met de pijn van je jeugd. Elke keer als iemand jou verwondde, waren daar woorden bij van: “Je bent niet goed genoeg. Je moet anders!” Maar heeft de koning iets gezegd toen hij je sloeg?”

De jongen schudt zijn hoofd.

“De wond van de koning is geen wond om je te veroordelen. Geen wond die zegt dat het anders moet, maar een wond die je helpt om volwassen te worden. De koning heeft een nieuwe wond gemaakt, waardoor je het oude moest loslaten. Niet een wond om je pijn te doen, maar om je vrij te zetten. Om je te helpen worden die je moet zijn... een man. De man met het gouden lidteken in zijn hand, die nu zijn hand kan gebruiken om goed te doen, om te dragen, om te steunen, om te worden die je bent.” De abt zwijgt.

“Maar ik ben niet meer zo sterk als vroeger. Mijn linkerhand is niet zo sterk. Ik heb een schaduw. Ik ben niet meer de sterke jongen die ik vroeger was. Ik weet alles niet meer zo zeker. Ik voel me zwak.”

“Je bent een man geworden. Een sterke man die ook getekend is door zwakheid en gebroken is geweest door een wond. Deze zwakheid heb je nodig om een echte man te kunnen zijn, want ‘kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid.” Vanuit je wond zul je beter in staat zijn om te zien waar het in dit leven omgaat. Je bent nu klaar om je plaats in de wereld van de volwassen mannen in te nemen.”

“Maar ik weet niet wat ik moet doen en hoe ik nu verder moet!”

De abt zucht en is even stil. Dan vervolgt hij: “Wat wil je graag doen?”

“Ik wil terug gaan naar de koning en hem opnieuw mijn diensten aanbieden. Deze keer niet als de jonge bijtende hond, maar als de man met de schaduw.”

De abt glimlacht. “Ik weet zeker dat hij heel blij zal zijn om je opnieuw te ontvangen.”

De man glimlacht. “Abt, ik wil je bedanken voor je wijze woorden van liefde. Ik moet nu gaan. Ik heb nog een lange reis te gaan voordat ik weer bij de koning ben.” De man kijkt nog een keer naar het gouden lidteken in zijn linkerhand, pakt zijn zwaard op en gaat op weg.

De abt kijkt hem nog lang na. Als de man bijna niet meer te zien is, loopt een jongere monnik naar de abt en vraagt hem waar hij naar kijkt. De abt antwoordt met: “Een wonder! Gisteravond kwam een jongen ons klooster binnen. Vandaag gaat een man op reis.”

zaterdag 23 februari 2008

Nieuwsbrief van ons werk online

"De nieuwste nieuwsbrief van ons gemeentestichtend werk in Den Haag is uit. Je kunt hem hier online lezen. Mocht je willen bijdragen aan ons werk en dit werk willen ondersteunen, dan is dat meer dan welkom! Meerdere van onze medewerkers, inclusief wijzelf zijn afhankelijk voor onze inkomsten van giften en donaties. U kunt dit doen door een gift over te maken op girorekening 7956216 ten name van st. Vorm te Smilde onder vermelding van 'In de Praktijk' of een naam van een medewerker. Hartelijk bedankt!"

Matthijs VlaardingerbroekMatthijs_vlaardingenbroek_15906_2_3

Verhalen in de nieuwsbrief kan je
ook individueel aanklikken:

- Hoe gaat het met ons als familie?

- Fatima, Chengjie, Ronaldinjo en Naomi…

- Een middagje de wijk in

- Niet altijd gemakkelijk (1)

- Niet altijd gemakkelijk (2)

- Even iemand voorstellen...

- Wilt u ons ondersteunen?

vrijdag 22 februari 2008

Het gouden lidteken

De anti-held in het verhaal is zwaar gewond geraakt door de slag van de koning zonder schaduw. Zijn schaduw is ontsnapt. Zijn pijn is in stukken op de grond gevallen. Hij is weggevlucht, dieper en dieper het donkere bos in:

"De nacht valt en zijn hand klopt. Hij knoopt een zakdoek om zijn hand die gelijk doordrenkt is met bloed. Hij zoekt een plek onder een grote boom om te slapen, maar kan de slaap niet vinden. Hij voelt zich verlaten, bang, boos, verraden en gekwetst. Alle oude wonden van vroeger zijn samengekomen in een wond aan zijn hand. Hij heeft gefaald. Hij is niet waardig, niet goed genoeg. Hij moet anders zijn. Al die mensen hadden gelijk. Zijn droom is voorbij.

De volgende ochtend staat hij op en trekt weg van hier. Niemand komt achter hem aan, behalve zijn schaduw die hem elke stap volgt. Keer op keer probeert hij zijn schaduw te ontvluchten, maar wat hij ook probeert. Hij raakt hem niet kwijt.

De jongen weet dat hij weg moet; weg van dit bos naar het moeras van verborgenheid. Hier blijft hij vier jaar verborgen van de buitenwereld. Al die tijd houdt hij de bebloede zakdoek om zijn hand. Dan op een dag weet hij dat het tijd is om terug te gaan de bewoonde wereld in. Hij is over de afgelopen vier jaar gewend geraakt aan zijn schaduw. Hij heeft hem tijd gekost, maar hij is gaan accepteren dat hij een schaduw heeft en is hier eigenlijk nog maar weinig mee bezig. Wat houdt hem hier nog langer in het moeras? Op een prachtige winterdag weet hij dat het tijd is om terug te gaan. Hij wandelt voor een dag en komt ‘s avonds aan bij een afgelegen klooster aan de voet van een berg. De abt van het klooster heet hem welkom en biedt hem een plaats van overnachting aan.

De volgende morgen wil de jongen vroeger weg. Maar de abt houdt hem staande. “Ik zie dat je verwond geraakt bent geweest aan je linkerhand. Mag ik de wond voor je verschonen?” De jongen vertelt de abt dat de zakdoek al vier jaar rond zijn hand zit. “Dan is het tijd om hem eraf te halen.” Voorzichtig met olie en warme water haalt de abt de zakdoek van de hand. Verbaasd kijken ze beiden naar de hand van de jongen. Een gouden litteken is overgebleven op de plaats waar het zwaard van de koning hem geraakt heeft. “U moet mij uw hele verhaal vertellen.”, spoort de abt hem aan. Ze gaan samen zitten en gedurende de ochtend vertelt de jongen zijn verhaal aan de abt.

Berg_3 Dan begint de abt te vertellen: “Veel mensen verlangen naar het beeld van het zuivere kind. Een mens zonder schaduw. Maar alleen de koning is zonder schaduw. Hij is uniek. Zie je deze berg hier vlak achter ons klooster. Gedurende een aantal uur per dag gooit hij zijn schaduw over ons klooster. Wat betekent dit? Is de berg slecht? Nee, het zegt dat de berg een substantie is. Een geest of een spook heeft geen schaduw, want het heeft geen substantie. Zie je die wolken daar boven in de lucht. Wolken hebben zelfs schaduw. Schaduw mag er zijn. Hoe meer substantie, hoe groter de schaduw. Een schaduw vertelt je dat je van substantie bent die vlakbij een grote lichtbron staat. In het accepteren van de schaduwkant van je bestaan ligt er rust en de stap naar volwassenheid. In het negeren van de schaduw ligt juist het gevaar.

Door de schaduw te onderdrukken, springt hij juist tevoorschijn op tijden dat je het niet verwacht en overweldigt die je en laat je struikelen. Ik heb ontdekt dat deel van het man zijn betekent dat je de schaduwkant leert kennen, accepteren waardoor je minder kans loopt hierover te struikelen.”

“Maar ik ben in verschillende kastelen geweest waar mensen allemaal zonder schaduw rondliepen. Hoe kan dat nou?”

De abt begint te lachen. “Oh, daar hebben ze hele slimme verlichtingtrucjes voor waardoor het net lijkt alsof ze geen schaduw hebben, maar daarom is die er nog wel!” (wordt vervolgd)

woensdag 20 februari 2008

De wond en de koning

Kingelessar Het sprookje over de jongen met zijn schaduw verborgen in een opbergzak van oude pijn, afwijzing en minderwaardigheidsgevoelens gaat verder:

"Na een aantal jaar in het leger van de koning gediend te hebben, roept de koning de jonge ridder op een dag bij zich. “Ik wil dat jij mij vergezelt op een verre reis die ik ga maken.” De jonge ridder kan zijn geluk niet op. De volgende dag gaan ze samen op reis. Tijdens de reis die vele maanden duurt, test de koning de jongen tot het uiterste en laat hem allerlei moeilijke opdrachten doen. En keer op keer laat de jongen zien dat hij de koning vertrouwt en wel alles voor hem wil doen. De koning laat de jongen zien dat hij heel veel van hem houdt. Zo ontstaat er een unieke vriendschap.

Uiteindelijk komen ze aan op hun plek van bestemming; een open plek in het midden van een afgelegen bos. De jonge ridder vraagt zich waarom ze al die maanden gereisd hebben om deze afgelegen plek te bereiken. Hier is niks te vinden!

Maar de koning stijgt van zijn paard af en vraagt de jongen tegenover hem te komen staan. Dan grijpt hij zijn zwaard en vraagt de jongen zijn hand uit te steken. De jongen steekt zijn rechterhand uit, maar de koning schudt langzaam zijn hoofd. “De andere hand!” Aarzelend steekt de jongen zijn linkerhand met de opbergzak naar voren. De koning sluit even zijn ogen en slaat dan met zijn zwaard diep in de linkerhand van de jongen. Het zwaard gaat dwars door de huid, de pezen, de zenuwen, tot diep in het pot. Bloed spuwt uit de wond in zijn hand. Tegelijkertijd valt de zak in drie stukken op de grond en ontsnapt zijn schaduw.

Ontzet kijkt de jongen naar zijn hand, naar de koning met zijn bebloede zwaard, naar de drie stukken op de grond en naar zijn schaduw vlak achter hem. Hier kan hij niet blijven. Hij moet weg, weg van dit verraad, weg van deze schaduwloze koning, weg van de pijn en al het bloed. Weg moet hij! Ver weg! Hij draait zich om en rent de bossen in. Dieper en dieper de bossen in. Bang dat de koning achter hem aan zal komen. Hopend dat de koning achter hem aan zal komen. Maar niemand komt. Niemand volgt. De jongen is alleen." (wordt vervolgd)

maandag 18 februari 2008

Een verstopte schaduw

Vrijdag was mijn tweede stuk over succesverhalen en de schaduwkanten die hierbij horen. Ik ben de laatste tijd hier veel over aan het denken.Dspeterpan903 Als jonge jongen net 'aan de slag' in het koninkrijk van God kwam ik weleens in kerken waar iedereen, maar met name de sprekers op het podium zonder schaduw leken te zijn. Misschien begrijp je wat ik bedoel. Alles straalde perfectie, gladheid, voorspoed en positivisme uit. Ik krijg soms hetzelfde gevoel bij sommige christelijk bladen die ik zo nu en dan per ongeluk onder ogen krijg en dan niet dicht kan laten. (Sommige mensen hebben dit met de Playboy; voor mij is het voornamelijk de Charisma) Ik weet dat God zonder schaduw is en geen schaduwkant heeft. "Hij alleen is onsterfelijk en hij woont in een ontoegankelijk licht" (1Tim 6:16) Maar dit was de eerste keer dat ik mensen ontmoette die ook zonder schaduw leken te zijn. Het maakte indruk op me. Het maakte me jaloers.

Ik wilde ook graag zonder schaduw zijn, maar waar laat je die? Voor mijn supervisie moest ik laatst een sprookje schrijven. Hier een stuk over de anti-held die ook zijn schaduwkant kwijt wilde:

... Op een mooie dag toen de jongen zestien was, gebeurde er iets in het bos wat zijn leven helemaal op zijn kop zette. Vanaf dat hij klein was, had de jongen van zijn vader en andere mensen uit het dorp verhalen gehoord over de goede opperkoning die over hun land regeerde; verhalen over zijn goedheid en grote nobele daden. Een van de meest speciale verhalen was dat de koning geen schaduw heeft. De jongen kon zich daar niets van voorstellen. “Geen schaduw? Hoe kan dat nou?”

De jongen had de koning zelf nog nooit gezien, maar droomde regelmatig van een ontmoeting met hem. Op een dag in juni toen de jongen in zijn eentje door het bos aan het wandelen was, gebeurde het. Onverwachts kwam hij de koning zo maar tegen. De koning was aan het rijden op zijn witte paard. De jongen wist niet wat hij zag, maar de koning stapte af en maakte een praatje met de jongen. De jongen was verbijsterd. De koning kende zijn naam en bleek al heel veel van hem te weten. “Sire, mag ik later een van uw ridders worden?” “Als jij mij wilt dienen, ben je altijd welkom!” De koning nam afscheid van de jongen en ging weer verder. De jongen kon zijn geluk niet op! Hij mocht later ridder worden in het leger van de koning. Pas later toen hij weer aan deze ontmoeting met de koning terugdacht, realiseerde hij zich dat hij bij de koning inderdaad geen schaduw had gezien...

Een aantal jaar later meldde de jongen zich in het paleis van de koning. Gelukkig verwelkomde de koning hem glimlachend. Opnieuw viel het hem op dat de koning zonder schaduw was.In het kasteel ontving hij een opleiding tot schildknaap. Ridder wilde hij worden, schildknaap mocht hij nu zijn.

In het leger van de koning reisde hij door het hele land. Op een dag kwam hij in de feestzaal van een kasteel waar het hem opviel, dat net als de koning deze ridders in het kasteel geen schaduw hadden. Dit maakte de jongen jaloers. Hij wilde ook zo graag zonder schaduw zijn. Op de grote koning lijken, zodat de koning trots en blij met hem zou zijn. De jongen dacht hier een paar dagen over na en kwam toen tot een idee. “Stel dat ik mijn schaduw weet te vangen en in een zak kan opbergen, ben ik ook zonder schaduw.” Zo gezegd, zo gedaan. “Maar waar haal ik een zak vandaan? Ik heb eigenlijk een soort opbergzak nodig”, dacht de jongen. Ineens wist hij het. Hij nam een stuk oude pijn, een stuk afwijzing, een stuk minderwaardigheidsgevoel en naaide van deze drie stukken een opbergzak. Hij ving zijn schaduw, stopte deze in de zak en hield hem met zijn linkerhand goed dicht. Het betekende wel dat hij zijn linkerhand nergens anders meer voor kon gebruiken, want waar hij ook ging, moest hij met die hand de zak goed dichthouden, anders ontsnapte zijn schaduw.

Op een goede dag sloeg de koning hem tot ridder. Zijn droom was werkelijkheid geworden! Hij kreeg een mooi zwaard en kon aan de slag. Met zijn zwaard in zijn rechterhand en zijn opbergzak in zijn linkerhand trok hij ten strijde, vechtend tegen onrecht, vechtend voor het koninkrijk van de koning, maar ook soms vechtend tegen kasteelheren en andere ridders van de koning die in zijn ogen de koning niet waardig waren vanwege hun grote schaduwen. Keer op keer behaalde hij overwinningen, maar deze overwinningen maakten hem niet gelukkig. Ze waren hem niet genoeg. Mensen gaven hem zakken goud van waardering, maar omdat zijn handen vol waren met het zwaard en de opbergzak, kon hij deze zakken niet vasthouden of meenemen. Hij liet de zakken goud snel vallen, waardoor hij elke keer op zoek moest naar meer. Eigenlijk zocht de jonge ridder niet zo zeer de waardering van anderen, maar de waardering en de trots van de koning. Zijn grootste verlangen was om een ideale, gehoorzame ridder, misschien wel zoon voor de koning te zijn. Zo streed de jonge ridder verder op zoek naar eer, gevuld met ambitie, proberen zich te bewijzen... (wordt vervolgd)

zondag 17 februari 2008

36/2 gebedsruimte

Dit weekend is een speciaal weekend voor ons als wijkgemeente In de Praktijk. De afgelopen week zijn wij bezig geweest om de wachtkamer, waar we elkaar normaliter ontmoeten, om te bouwen tot een gebedsruimte met 7 of 8 verschillende gebedshoeken. (Mocht je het leuk vinden om te 'zien' wat voor hoeken we hebben gecreerd, kan je de beschrijving van de gebedsruimte hieronder downloaden)

Creativeprayercover Zaterdagochtend om 9 uur was de aftrap. Sindsdien wordt er elk uur door iemand anders in de ruimte gebeden. Ik was vanmorgen van 5 tot 7 uur aan de beurt. Er brandden diverse kaarsen. Ik heb een gebed geschilderd, in de stiltehoek gezeten, gebeden voor landen op de grote wereldkaart, gelezen, een gebed in de klaagmuur van telefoonboeken geplaatst. Wat vliegt de tijd voorbij.

Dit weekend was het begin van een droom waar ik al langere tijd mee rondloop. Een 24/7 gebedshuis in Den haag waar diverse kerken zich verantwoordelijk weten, waar het hele jaar door God gezocht en gevonden wordt en die stimuleert tot creatieve vormen van gebed. Kijkend naar Utrecht en Woerden weet ik dat dit mogelijk is.

Vandaag wordt een drukke dag voor mij. Vanmorgen spreek ik bij de Haagsche Rafael gemeente. Vanmiddag ga ik op bezoek bij het team van Daniel de Wolf en Thugz Church voor input en bemoediging. Vanavond ben ik weer hier aanwezig voor de gezamenlijke afsluiting van dit gebedsweekend.

Morgen een vrije dag...

Download informatieblad_gebedsweekend_24.7.doc

zaterdag 16 februari 2008

Mooie reacties

Een paar mooie reacties op de laatste posts:

Schijnwerper "De positieve verhalen zijn er vaak ook om jezelf te bevestigen denk ik. Om jezelf te horen vertellen dat je nuttig bezig bent. Want daar draait het toch allemaal om helaas, wat is het nut van je bezig zijn? Wat is de opbrengst? Positieve verhalen geven ook kracht om door te gaan. Dat is niet alleen zo in de kerk, onder christenen. Maar ook in het bedrijfsleven en in topsport. Het is de menselijke drang naar erkenning. Uiteindelijk maakt dat dat we in een schijnwereld leven met succesverhalen als deken om ons falen te bedekken. Zolang het dus om "ons" gaat blijft het vaak fake. De schijnwerper moet dus meer naar Hem. Succes verzekerd." (Jan)

Ook twee reacties van Rick, die naast zijn missionaire werk en de enige persoon die ik ken met twee blogs tijd heeft om te reageren:

Mud_3   "Ik begrijp wat je zegt. Als tien mensen zeggen dat ze zo gezegend zijn door wat je zegt, wordt je ego gestreeld. Christenen hebben wel vaak de neiging om anderen op die manier te "strelen". En als je dan heel veel modder tegenkomt waarvan je alleen maar moe wordt, is de neiging om die streling te zoeken wel heel groot. Het heeft denk ik ook te maken met in hoeverre je bereid bent om je roeping na te volgen en in die modder te blijven. Mijn zoon is nu in opleiding in het leger (o, nee, niet weer die senior...) en zucht elk weekend weer als hij terug moet gaan. Maar hij moet letterlijk door de modder heen om hem krachtiger te maken zodat hij de ontberingen van de toekomst aankan. Hij kan dan ook genieten van de tijden van "homecoming" waarbij hij weer even mag uitrusten en bijkomen. Dat is denk ik ook de neiging die we als christenen midden in de modder hebben. Waar horen we thuis of waar zijn we tewerk gesteld? Thuis onder christenen voelt het prettig, mogen we even uitrusten en bijkomen. Maar als dat we teveel zoeken, worden we een leger dat teveel de lekkere dingen zoekt en niet meer midden in de wereld staat.

Ik denk dus dat we moeten leren ook de pijn en moeite te gaan vertellen. Waardoor sommige christenen zullen afhaken. Maar anderen hun hart zullen ophalen, omdat ze niet de enige zijn die door twijfel, pijn en moeite overmand worden. Gisteren was ik even "thuis" bij een werkersoverleg van de VPE Oost. Degene die sprak had het erover dat wij niet onszelf moeten beschermen om alleen maar succesvol te zijn als voorgangers en geestelijke werkers. We kampen allemaal met onze eigen gebrokenheid. Dat moeten we erkennen en bij voorkeur ook onszelf voorhouden. Dus wat mij betreft: vertel het hele verhaal, de mooie dingen, maar ook de moeilijke dingen." (Rick)

Deze reactie gaat over het verhaal van het goudstof:

1783_1_image_2  "Ik denk dat het te maken heeft met een verkeerd beeld van wat God wil. In ons denken over God willen wij graag ons westerse beeld van succes laten zien. Waar God ons in zegent. Dat God ons ook zegent in pijn, moeite en lijden is iets dat we in onze wereld niet meer kennen. Pijn wordt met pijnstillers weggewerkt. Lijden weten we geen plek te geven. Als we deze visie op de bijbel zouden neerleggen zou driekwart van de bijbel moeten verdwijnen. Het is dus voor mij van belang dat beide kanten worden verteld. Je hoeft je niet te schamen voor pijn, moeite, lijden of eigen gemaakte fouten. God gebruikt die momenten om ons verder te vormen. Tja en die verhalen van goud in de bijbel en op je lichaam: die heb ik ook gehoord. Ook bij andere gelegenheden hebben mensen mij daarover verteld. Ik denk dat God op vele manieren werkt. Bij sommigen gaat dat gepaard door pijn en lijden heen. Bij anderen met het aanbieden van goud. Zo lang het een maar niet wordt verheven boven het andere is het mij om het even. Anders krijgen we een "prosperity-preaching" (God zegent alleen maar met voorspoed) of een "suffering-preaching" (God zegent alleen maar door lijden heen).

Bij dit alles denk ik aan wat Paulus zei (1 Cor. 3:5-9): Wat is Apollos eigenlijk? En wat is Paulus? Zij zijn niet meer dan dienaren die u tot geloof hebben gebracht, beiden op de wijze die de Heer hun heeft geschonken. Ik heb geplant, Apollos heeft water gegeven, maar God heeft doen groeien. Het is niet belangrijk wie plant of wie begiet; alleen God is belangrijk, want hij doet groeien. Wie plant en wie begiet hebben hetzelfde doel, al worden ze ieder apart beloond overeenkomstig de moeite die ze zich hebben gegeven. Dus wij zijn medewerkers van God en u bent zijn akker. Sommige planters zullen met moeite en strijd planten. Ze zullen de bolletjes niet boven de grond zien groeien. Maar hun werk is net zo belangrijk als degenen die het water geven en de boven de grond komende plantjes verder verzorgen." (Rick)

Mijn foto