« Leiderschap, kerk en de generatiekloof | Hoofdmenu | Eerste schot voor de boeg »

vrijdag 8 december 2006

Op naar kleine baptistengemeentes

Logoseminarium Begin volgend jaar word ik gastdocent 'evangelistiek' op het baptistenseminarium in Bosch en Duin. Toen Teun van der Leer mij hiervoor vroeg, wist ik eigenlijk niet goed wat het vak 'evangelistiek' inhoudt. Ik heb er de afgelopen weken een definitie voor gemaakt die goed past bij wat ik de studenten wil meegeven (erg postmodern om je eigen waarheid te maken...) 

Voor mij is evangelistiek: "De relatie tussen de kerk en haar locale omgeving met betrekking tot het evangelie". Ik denk dat het goed is om in een postchristendom samenleving te spreken van de relatie tussen de kerk en haar omgeving. Evangelistiek is dus niet 'slechts' het verkondigen van het evangelie, maar het is een wederzijdse relatie met ruimte voor wederzijdse beinvloeding. Later hierover misschien meer...

Bij elkaar ga ik per twee jaar zes uur lesgeven. Dat is niet veel, maar staat goed op mijn cv voor over 10 jaar!

Waarom begin ik hier over?  Teun van der Leer  is afgelopen zomer aan de VU afgestudeerd op het onderwerp: 'De kerk op haar smalst. Op zoek naar een ecclesiologisch minimum voor de kerk aan het begin van de eenentwintigste eeuw.' M.a.w.: Wat maakt de kerk kerk? Wanneer kun je over een kerk spreken?

Ik ontdekte dit door het lezen van de blog van Daniel de Wolf. Daniel heeft de thesis van Teun gelezen en de samenvatting voor ons op het web geplaatst. Heel interessant! Vooral de zes kernelementen van kerk-zijn:

Het gaat dus om de volgende elementen:Kerktoren

  1. samenkomen
  2. verbondenheid met andere kerken
  3. belijden dat Jezus HEER is
  4. continuïteit (vormen, gestalte)
  5. flexibiliteit (context)
  6. charismata

"Wat betekent dat dan voor 'emerging church' 'Dat er veel ruimte is om te experimenteren en nieuwe vormen te zoeken, maar dat die ruimte niet onbeperkt is. Twee of drie mensen die samenkomen om te eten, te bidden en/of bijbelstudie te doen, vormen nog geen kerk. Er zal een vorm van verbondenheid moeten zijn met andere kerken en gelovigen, minimaal langs de weg van het willen putten uit en leren van andere tradities. Er zal vorm gegeven moeten worden aan de heerschappij van Jezus Christus op terreinen als diaconaat, zending & evangelisatie, gemeenteopbouw, doop en avondmaal. Er zal ruimte en aandacht moeten zijn voor het ontdekken van de gaven van de Geest die deze gemeenschap geschonken zijn en wat dat betekent voor de organisatie en leiding van hun kerk en voor hun roeping en opdracht in de wereld.'

Ik heb Teun ook om zijn thesis gevraagd die hij zo goed was om gelijk op te sturen. Spannend! Ik ga er van het weekend eens goed voor zitten.

TrackBack

TrackBack URL van dit bericht:
http://www.typepad.com/t/trackback/545967/7068125

Hieronder vindt u links naar weblogs die verwijzen naar Op naar kleine baptistengemeentes:

Reacties

OK, Matthijs, hier komt het eerste schot voor de boeg.

Het ecclesiologisch minimum van 'twee of drie' in verbondenheid met de kerk van alle tijden, dat volg ik prima, dat is in essentie wat Jezus zegt. Maar mijn terughoudendheid zit in punt 4, waar Teun (in de uitgebreide versie) veronderstelt dat dit eigenlijk niet voldoende is, er moeten nog allerlei 'toeters en bellen' (mijn woorden) bij. In zijn interpretatie betekent 'verbondenheid met de kerk van alle tijden' blijkbaar dat je een kerkelijke structuur moet optuigen, die Jezus zelf opvallend genoeg nooit heeft aangedragen. We weten het op een bepaalde manier altijd beter dan de grondlegger zelf. ;-)

Er is bijbels gewoon geen basis voor, het is eerder een knieval naar de traditie, je kunt het je op een baptistenseminarium natuurlijk ook niet veroorloven om de echte minimumdefinitie van Jezus te hanteren, op basis waarvan een huisgemeente of Youth for Christ-groep net zo goed gemeente is. Ik snap dat wel, daar spelen belangen.

Ik zie bijbels gezien maar drie kenmerken, of DNA zo je wilt, van gemeente-zijn. Dat is gebaseerd op de 'rode lijn' in de vier Evangelien en Handelingen:

1. De centraliteit en merkbare aanwezigheid van Jezus in je midden.

2. Relationele toewijding aan elkaar (wat niet hetzelfde is als een officieel lidmaatschap van het een of ander).

3. Het omarmen van de opdracht/missie die Jezus ons in de wereld heeft gegeven - het brengen van het Koninkrijk in gebieden waar dat nog niet zichtbaar is en het maken van discipelen.

Op basis van deze criteria zou je bepaalde groepen die we nu als 'parakerkelijk' bestempelen 'gemeente' moeten noemen, en bepaalde groepen die we nu 'kerk' noemen een 'religieuze organisatie'. Geen wonder dat er als we het over de 'kerk/gemeente' hebben, zo'n begripsverwarring is.

Een vriend mailde me onlangs naar aanleiding van Teun's epistel: "Waarom hebben we het niet over een 'ecclesiologisch maximum'? Alleen daar waar twee of drie mensen vergaderd zijn (letterlijk in harmonie zijn; dus op dezelfde golflengte zitten, een van hart en ziel zijn, dit duurt even en kost energie) daar kan Jezus zichzelf openbaren. Dus het ecclesiologisch maximum is de kleinste bouwsteen van de openbaring van God. Dit zijn geen individuen, maar kleine eenheden die elkaar scherp houden. Daarnaast: een mimimum leidt tot toeters en bellen. Een maximum niet."

Zo hebben we weer wat leuks om in het weekend over na te denken.

Dag Matthijs en Marc,

Ik volg Marc in zijn denken. De vraag is niet "wanneer kun je over een kerk spreken?", de vraag is ' wanneer kun je niet meer over een kerk spreken?' maar heb je het gewoon over een topzwaar instituut dat geld, energie en tijd vreet zonder toegevoegde waarde op te leveren voor het koninkrijk van God en de maatschappij.

Het gaat niet om de kerk op zijn smalst maar om de kerk op zijn breedst. En de kerk is niet zo breed: De rest is gewoon schepping en daar moet je het mooiste van maken.

Punt 4 . continuiteit lijkt mij inderdaad een zorgenkind in dit model. Helemaal als het gaat om continuiteit van vormen. Jezus zei namelijk zelf dat het beter was als Hij ermee stopte. De apostelen lijken het NT meer weg te gaan dan te blijven. Deze discontinuiteit is juist de kracht van Jezus zijn patroon. Hij wist de shift te maken naar nieuwe vormen. De continuiteit moet vervangen worden door het vermogen om transities te creeren.

De continuiteits gedachte lijkt gebaseerd te zijn op gesloten systeem denken. Als er maar management is en we hebben vaste vormen, dan kunnen we vasthouden wat we nu hebben. Laten we goede systemen en vormen bedenken, dan lekt er zo weinig mogelijk weg van wat we nu hebben.

Jezus lijkt meer te opereren vanuit een open systeem gedachte: Als ik weg ga, kan de Heilige Geest nieuwe krachten losmaken waardoor de kerk in een transitie komt. Jezus gaat uit van een nieuwe zegen van God. Het systeem loopt niet leeg maar gaat nieuwe relaties aan waardoor er nieuwe energie vrij komt.

Hier in Roemenie had ik een discussie met een Nederlander over geestelijk vaderschap. De claim die op hem was gelegd was dat hij geestelijk vaderschap nodig had en dat hij dit zijn hele leven, of in ieder geval voorlopig, nodig had (continuiteit).

We kwamen tot de conlusie dat zowat alle pedagogisch modellen ruimte laten voor een periode van losmaking van ouders, behalve de christelijke ideeen over geestelijk vaderschap. Geen een van deze modellen gaat uit van een geestelijke puberteit waarin mensen hun eigen identiteit ontdekken en opstaan. Veel van deze modellen zijn gericht op CONTINUE afhankelijkheid zonder enig uitzicht op puberteit en volwassenheid. Helaas heeft de kerk op zijn smalst een heleboel toeters en bellen bedacht om christenen te vermaken die nog in de puberteit moeten komen.

Door deze afhankelijkheid van continue systemen, leiders en patronen worden mensen nooit opstandig - letterlijk -. Mijn advies: Wordt opstandig en sta op! Opstandigheid is het begin van transitie en het einde van continuiteit en meer van hetzelfde.

Later,

Lucas

Laat een reactie achter

Als u een TypeKey of TypePad account heeft, gelieve u Aanmelden

Mijn foto