Hieronder een paar gedachten van Marc, voor (zoals hij het zelf stelt) wat het waard is:
1. Ik vermoed dat ons beeld van de 'eerste gemeente' haast onvermijdelijk sterk gekleurd is door onze eigen ervaring/kerktraditie en de westerse cultuur waarin we zijn opgegroeid. Het is goed om dat even in je achterhoofd te houden.
2. Ik vraag me af waarom we ons als het gaat om gemeente-zijn primair baseren op Paulus (een van de apostelen) ipv op de Grondlegger zelf. Vraag je eens af: heeft Jezus tijdens zijn bediening ooit gesproken over gemeente, en zo ja zei Hij ook iets over vormen? Mijn insteek is: kijk zorgvuldig naar Jezus als je de essentie (of prototype) van de gemeente wilt zien. Hij heeft tijdens zijn leven echt wel voorgeleefd wat Hij belangrijk vond. Paulus en de andere apostelen (grondleggers van bewegingen in de kerk) gaven daar in 2.000 jaar kerkgeschiedenis een (qua vormen zelfs behoorlijk diverse) vertaalslag aan. Die vertaalslag is gebaseerd op het inzicht/openbaring van dat moment en de context van die tijd. Dat universeel toepassen op alle gemeenten van alle tijden lijkt me weinig zinvol.
3. Het DNA is de essentie, dat zie je ook in Jezus' bediening terug. Vormen (en ook specifieke theologische interpretaties van niet-essentiële punten) mogen nooit heilig worden verklaard, daar is alleen maar ellende van gekomen. Ze werken ofwel mee met wat God doet, of ze worden een sta in de weg.
4. Dit impliceert dat gemeente-zijn ook anders kan worden vormgegeven dan in Corinthe of waar dan ook het geval was. Wij kijken vaak naar Paulus zoals G12-aanhangers naar Botota kijken, huisgemeentefans naar Simson, gereformeerd-vrijgemaakten naar de 'drie formuleren', etc. Daarmee verwachten we uiteindelijk dat God in ons 'doosje' werkt, en daar is Hij gewoon veel te groot voor.
5. Doop en avondmaal/samen eten kunnen prima in kleine groepen en andere verbanden worden vormgegeven waar sprake is van het genoemde DNA.
6. Paulus sprak de gemeente in Corinthe inderdaad als collectief aan, maar dat was niet een gemeente zoals wij dat vandaag de dag kennen - congregationeel/denominationeel ('de baptistengemeente op de hoek') - maar de stadskerk, het collectief van alle Jezus-volgelingen (en kleine groepen) in Corinthe.
7. Ik ben het overigens met Teun eens dat een groepje vrienden dat regelmatig samen eet nog geen gemeente is. Maar dat wordt het wel als de drie elementen uit het DNA aanwezig zijn.
8. Hebben we de kerktraditie nodig? Ja, in de zin van de geestelijke rijkdom/het leven met Christus door de kerkgeschiedenis heen (dat omvat zoals Adrian aangeeft een enorme breedte, niet alleen onze eigen lievelingskleur). Nee in de zin dat we vast moeten houden aan vormen of inzichten die in het verleden nuttig waren maar nu niet meer.
9. Kerkelijke vergaderingen die regels opstellen voor gemeenten: als je op Jeruzalem doelt, was dat maar heel beperkt het geval. Het ging om hoofdlijnen. Vanaf Nicea ging het in mijn optiek behoorlijk fout. Maar dat is een post op zichzelf...

